Klachten over artsen en specialisten
E-mail adres: info@franshoek.info
Terug naar homepagina


Klachten over artsen Twenteborgziekenhuis
2e Klacht a Raad v Bestuur ziekenhuisgroep Twente
Verweer artsen aan klachtencommissie
Onze reactie op de brief klachtencommissie
Uitspraak voorzitter  klachtencommissie
Aanbeveling klachten-commissie a Raad v Bestuur
Onze reactie uitspraak aan Raad v bestuur

2e Brief klacht 3e arts
Twenteborg ziekenhuis
Antwoord 3e arts v/d Peet
Problemen veranderen van huisarts te Almelo
Brief aan Groenewold- Herijgers
Klachtencommissie en het IKG
Klacht 4 artsen bij Tuchtcollege te Zwolle
Verweer huisarts bij Tuchtcollege te Zwolle


Verweer 3 artsen bij Tuchtcollege te Zwolle
Onze reactie verweer huisarts bij Tuchtcollege


Onze reactie verweer 3 artsen bij Tuchtcollege
Personen met goede en slechte ervaringen
Ongenoegen v/d Peet
Tuchtcollege te Zwolle


Onze reactie bewijzen medische blunders
Feiten slechte medische behandeling Almelo
Tuchtcollege te Zwolle
helpt artsen
Uitspraak Tuchtcollege

Hierbij onze samenvatting voorgeschiedenis 1983 en de slechte behandelingen 2003 en 2004 door de volgende artsen:
Huisarts D.Groenewold-Hereijgers Hortensiastraat 14a te Almelo.
ICU Arts T.E. De Vroom Kloosterweg 4 te Almelo.
Internist A.J.Ouwehand (onder voorbehoud) Mr. G.J. ter Kuilelaan 33 te Almelo.
Internist J.C.M. v/d Peet Laan van Koge 7 te Almelo
Deze artsen zijn werkzaam in het Twenteborgziekenhuis te Almelo.

BEGIN 1983 SAMENWERKENDE ZIEKENHUIZEN TE ALMELO
Mijn vrouw G.H.Hoek-Waanders werd door omstandigheden met de daarbij komende zenuwen steeds zieker, zij was net een
spons en trok alle spanningen naar haar toe.  

23-09-1983.  Dr. Waanders heeft mijn vrouw opgenomen in het ziekenhuis.
Wij lezen nu in het medische dossier wegens een vuistgrote tumor Re. Boven navel.

13-10-1983.  Dr. Waanders: Pseudocyste van de pancreas. Volgens de CT.-scan waarschijnlijk een septum in de galblaas.
Met bloedwaarden GGT 488 AF 810  door galwegstuwing.
Wegens een mislukte operatie (goed aardige tumor 7.5 cm) aan haar alvleesklier met galweg obstructie, vanaf die datum is mijn
vrouw bang geworden voor artsen en ziekenhuizen.
Mijn vrouw is toen 1983 slecht behandeld in de samenwerkende ziekenhuizen van Almelo door o.a. chirurg dr. Stenger en directie.
Mijn vrouw woog na deze operatie nog +/- 36 kg. tevens een groot bloedverlies door deze mislukte operatie, zij was bijna door
deze bloeding overleden tijdens deze operatie werd verteld.

Dr. Stenger wilde aanstaande dinsdag weer opperen met of zonder onze toestemming.
Hij vertelde leugens als: dat mij vrouw direct weer geopereerd moest worden wegens bloedingsgevaar en het overlijdens risico
als deze operatie uitgesteld zou worden door de gevolgen van zijn mislukte operatie. Dr.Stenger dacht mij te kunnen overbluffen. 
Door mijn dreigende aandringen bij de diverse directeuren van deze ziekenhuizen is mijn vrouw met tegenwerking van het
ziekenhuis en dokter Stenger overgeplaatst naar het ziekenhuis te Groningen. Hij wilde van deze zware operatie leren, dr.Stenger
had geen begrip voor de patiŽnten en het verplegend personeel was bang voor deze man.

ZIEKENHUIS GRONINGEN   
30-11-1983.  A.Z.G.: nieuwe CT-scan en echografie. In de pancreastructuart werd een nieuwe cysteuze verandering gevonden.
Geen aanwijzingen voor pathologie in de nieren gevonden.
De behandelende begripvolle aardige en goede arts te Groningen Professor Dr. J. Oldhoff A.Z.G.
Het ongelofelijke is waar gebeurt door paranormaal genezer Veldhuis te Almelo. Deze professor Dr. J. Olthof kon het eerst niet
geloven, hij adviseerde een 'kijkoperatie' totdat ik mijn verhaal vertelde.
Deze paranormaalgenezer Veldhuis heeft mijn vrouw via foto drie weken behandelt, op diverse foto's waren onvoorstelbare duidelijke
verbeteringen zichtbaar volgens Prof. Dr. Oldhoff, in overleg met deze arts is behandeling uitgesteld. Mijn vrouw is bijna 20 jaar
daarna niet meer ziek geweest. Totdat haar vader ongeneeslijkziek werd en opnieuw spanningen door ziekte in de familie ontstonden.

NA +/- 20 JAAR  WEER NAAR HET SLECHTE ZIEKENHUIS TE ALMELO.
Het begint bij Opa Waanders, de vader van mijn vrouw.
Augustus 2002. Opa Waanders, nadat hij het bericht vertelde dat hij niet lang meer te leven had 'ongeneeslijk alvleesklierkanker
' kreeg mijn vrouw steeds meer zenuwen. 
2 januari 2003. Opa Waanders is aan deze alvleesklierkanker overleden, ook daarna is mijn vrouw steeds zieker geworden.
6 januari 2003. Mijn vrouw heeft kalmeringstabletten gekregen i.v.m. begrafenis Opa Waanders.

24 januari 2003. Voor het eerst tijdens het spreekuur bij onze huisarts Groenewold Hortensiastraat met klachten  ''zenuwen/
overspannen met opgezette buik''.
Groenewold adviseerde dat mijn vrouw voor onderzoek opgenomen moest worden in het ziekenhuis.

26 januari 2003. Ondanks dat zij bang was, dacht mijn vrouw na 20 jaar een beter ziekenhuis in Almelo te vinden, zij is daar dezelfde
  dag opgenomen.
Tijdens opname met een verdacht leverprobleem is zij van begin af behandeld, als een alcoholiste.
Mijn vrouw heeft van deze artsen ook niet de  levensnoodzakelijke onderzoeken en de benodigde behandeling gekregen, blijkt achteraf.

27 januari 2003. Wegens vochtophoping in de longen en zuurstof gebrek is mijn vrouw aan de beademing gelegd. Tijdens deze
procedure is een klaplong rechts ontstaan. (
dit gebeurd vaker door een  te hoog ingestelde beademmingsdruk is mij verteld) een
vrouwelijke medewerker op het ICU deelt mede dat deze klaplong waarschijnlijk is ontstaan door een te hoog ingestelde
beademmingsdruk.

28 januari 2003. NTBR beleid ingesteld. ''Niet Reanimeer Beleid''
Dit is door artsen, zonder ons mede te delen en goedvinden ingesteld. ''DIT IS VERBODEN''
Wij hebben geen mondelinge en schriftelijke toestemming verleend voor dit NTBR beleid wat noodzakelijk is bij deze procedure.

30 januari 2003. ECHO Bovenbuik. Conclusie: Iets kleine lever, licht vergrote milt, grote hoeveelheid ascites, wijde vena portae.
Past bij levercirrose. De galblaas is slecht te zien lijkt nog wel in situ.
Ductus choledochus is opvallend wijd, tot 10 mm.
Het bloedonderzoek: geeft een zeer hoog GGT en AF enzymen bloedwaarde aan
( DUIDELIJKE AANWIJZING VOOR EEN GAL
WEGSTUWING WAT LATER IN ENSCHEDE OOK GEVONDEN WORDT EN IS DAN NIET MEER BEHANDELBAAR)

17 februari 2003. Diplinairgesprek ICU artsen (OUWEHAND en DE VROOM en verplegend personeel) een  TUCHTGESPREK waar
is beslist: ''MEVR. HOEK-WAANDERS niet de voor haar LEVENNOODZAKELIJKE BEHANDELING te geven''.

18 februari 2003.
Door een ICU broeder is tijdens bezoekuur 13 % CO2 gemeten. Volgens bewijs van het internet is 10 % DODELIJK..
DE VROOM beweerde dat het CO2 percentage niet gemeten word op het ICU. Toen ik hem het tegendeel bewees, WAS HET OPEENS
NIET MEER RELEVANT.  (MAAR WEL DODELIJK) de patiŽnt gaat nl. steeds langzamer ademhalen totdat de patiŽnt aan een teveel
CO2 en een gebrek aan zuurstof in het bloed overlijd.
  (op dezelfde wijze worden KIPPEN BIJ EEN VOGELPEST MASSAAL AFGEMAAKT)

Er staat in het medische dossier: Overleg met internist prognose vaststellen en grens aan behandeling afspreken. ( aangezien Ouwehand
de internist was op dat moment, heeft zij dus niet alleen uitleg van de leverziekte gedaan (in vijf minuten)) gezien haar notitie in het
dossier hoe levercirrose ontstaat en gezien de diverse opgevraagde engelstalige stukken internet (onderzoek bij muizen). 
Ouwehand wist kennelijk niet voldoende hoe macronodulaire levercirrose ontstaat.
Ouwehand maakt hier een BLUNDER nl. (
galwegproblemen veroorzaakt macronodulaire levercirrose)
Er staat vermeld longprobleem (long emfyseem) er wordt niet over een klaplong gesproken.

19 februari 2003. Familie gesprek. Dokter de Vroom en Ouwehand willen mijn vrouw van de benodigde beademing afhalen met een
te hoog 13 % CO2 percentage. (10 % dodelijk)

De Vroom en Ouwehand spreken niet de waarheid, wij wilden geen ontwenningsschema, wij hebben  ook geen ontwenningsschema
afgesproken, wij wilden eerst onderzoek naar mogelijk nog een klaplong op het ICU,
mijn vrouw had nl. voor ziekenhuisopname
geen of weinig longemfyseem. (dit ontstaat langzaam)

Wij kunnen dit met 4 personen getuigen.
De Vroom en Ouwehand wisten niets van een ontstaande klaplong. (slechte samenwerking artsen of leest geen dossier)
De Vroom en Ouwehand wilden ook niet naar ons luisteren, hun besluit stond schijnbaar van tevoren al vast.
Dit was 18 februari 2003 afgesproken in het disieplinairgesprek. (het ziekenhuis wil hier geen informatie over verstrekken)
Sterker nog Ouwehand was na pakweg 5 minuten weg wegens andere verplichtingen in het ziekenhuis.
HET WAS HAAR SNEL DUIDELIJK DAT WIJ DINI NIET WILDEN LATEN STERVEN.
De Vroom liep daarna ook weg toen wij I.P.V. MIJN VROUW TE LATEN STERVEN eerst hulp van een paranormaal therapeute
wilden vragen om mijn vrouw te helpen.
Er was geen noodzaak haar van de beademing af te halen, tenzij behandelkosten (geld) een oorzaak is.

Later op de verpleegafdeling bleek dat er toch nog een klaplong zat.
Zij is zelfs bijna met een klaplong naar huis gegaan de klachtencommissie schrijft hierover:
Gezien de goede verbeteringen en het feit dat mevrouw zonder beademing al vijf dagen op de afdeling was zonder benauwdheid,
kan de klaplong niet hebben bestaan op de IC.
v/d Peet schrijft over deze periode: Mevrouw Hoek bleef wel kortademig en derhalve heb ik op eigen initiatief een rŲntgenfoto van
de thorax laten maken. (uitslag klaplong)

26 februari 2003. Ondanks een hoog risiko op een klaplong, wordt toch een leverpuctie verricht bij een patiŽnte die genezende is
van een klaplong en vecht voor haar leven door een tehoog CO2 gehalte in de uitademlucht.
Er wordt later melding gemaakt, van het rommelt flink in haar buik patiŽnt is niet adequaat, rommelig in bed en op de stoel.

Tevens stijging van het CO2 gehalte.
(DIT IS EEN VERKLARING VOOR EEN KLAPLONG OP HET ICU) Dus v/d Peet spreekt niet de waarheid.

DOOR HULP VAN PARAGNOSTE JANNY BOS WORDEN DE LONGEN EN HET CO2 GEHALTE TOCH BETER.
1 maart 2003. Enorme verbetering. Blaast goed af met PRVC tot CO2 van 8.

( DUS NU IS HET CO2 GEHALTE OP EENS BELANGRIJK).

3 maart 2003. Detubatie. Op de ICU van de beademing afgehaald.

5 maart 2003. Naar de verpleegafdeling.

6 maart 2003. Uitslag leverbioptie: In deze septa herkennen we duidelijke galgangproliferatie terwijl we verspreid ook regelmatig
normale resterende galgangen vinden. Leverbiobten met een verstoorde architectuur: portale fibrose met septumvorming en focaal
wat nodulare structuurvorming, verdacht voor (
MACRONODULAIRE) cirrhose. De aetiologie is onzeker. Gezien de grote
hoeveelheden stapeling van koperbindend eiwit in periseptale hepatocyten,
IS OVERWOGEN of er geen GALWEGPROBLEEM
ten grondslag ligt aan deze afwijkingen.

BEWIJS
Lezing internist november 2002 UMC Utrecht over levercirrose, zie bijlage,  hij vertelt:
Bij ALCOHOLSIRROSE zijn de regeneratienoduli klein, < 3 mm, MICRONODULAIR.
Posthepatitische cirrose wordt juist door ONREGELMATIGE grote centra van regenatie gekenmerkt, noduli > 3 mm,
MACRONODULAIR. Ook is her en der normale functionerende leverweefsel aanwezig.

Mijn conclusie: het bovenstaande leverbiopt komt overeen met deze lezing van macronodulaire cirrose en in de brief 15 april
gestuurd aan Groenewold wordt dit ook nog eens bevestigd.
MAAR MACRONODULAIRE door stuwingen in de galwegen door vernauwingen dus.
Dus deze MACRONODULAIRE cirrose is met grote zekerheid door GALSTUWING ontstaan.

15 april 2003. In de brief die naar Groenewold is gestuurd staat o.a. dat de belangrijkste problemen op dat moment waren de
pneumothorax rechts (klaplong) en de ontregelde suikers.
De macro nodulaire levercirrose van onbekende oorsprong.

Internist v/d PEET had dus een ENDOSCOPIE ONDERZOEK VAN DE GALWEGEN moeten aanvragen en laten onderzoeken wat
de oorzaak is van deze  macronodulaire levercirrose, voordat mijn vrouw ontslagen wordt uit dit ziekenhuis en naar huis mag.

INTERNIST V/D  PEET IS GESCHIKT ALS EEN FIETSENMAKER I.P.V DOKTER!!!!!!
HIJ IS VOLLEDIG SCHULDIG AAN HET ONNODIG OVERLIJDEN VAN MIJN VROUW 2004. 

25-11-2003 Bloed onderzoek staat Alk.Fosf (35-120) mijn vrouw had op dat moment 131 dit is al een aanwijzing op een
aankomende galweg afsluiting. v/d PEET DOET WEER NIETS.

MIJN MENING IS: DOELBEWUST  HEBBEN DEZE ARTSEN OUWEHAND, DE VROOM EN V/D PEET MIJN VROUW
ONNODIG LATEN STERVEN IN HET TWENTEBORG ZIEKENHUIS TE ALMELO.
Mijn bron heeft mij dit bevestigt.

30 januari 2004. Bloedonderzoek door Groenewold zo blind als een paard met GGT 416 duidelijk een galweg afsluiting zonder pijn.
GROENEWOLD doet zelf NIETS laat het aan v/d Peet over.
In de opleiding tot huisarts staat: PatiŽnt met een hoog GGT met afsluitende galwegen zonder pijn is verdacht voor
ALVLEESKLIERKANKER.
3 februari 2004 Overleg v/d Peet: weinig consequenties verbinden aan labuitslag, ws alcoholgebruik.
Afspraak maken op poli, heeft geen haast.

DUS DOELBEWUST NIET GEHOLPEN DOOR V/D PEET.
6 februari 2004. Dossier Groenewold gezegd dat wij naar Dr. Kerbert in MST willen.
                          Gevraagd second opinion, Groenewold wilde niet en heeft weer niets gedaan.
16 februari 2004. Wij willen iets ivm spierpijn tussen de schouderbladen.

VANAF HIER MEDISCH GEGEVENS ENSCHEDE.

Dokter Kerbert internist te Enschede zag aan het zelfde lab. onderzoek die huisarts Groenewold gefaxt heeft direct een volledige
galwegafsluiting, zij heeft direct actie ondernomen voor onderzoek naar galwegverstopping en huisarts Groenwold dit medegedeeld.

Met volledige galwegafsluiting. Bloedwaarden: GGT zegt iets over leveraandoening bv galweg, normale waarde is <35. AF
wijst naar een slechte gal afvoer (galweg probleem, afsluiting) normale waarde is (35-120)
19 februari 2004. Gamma GT 545 en AF 522 (De arts Groenewold heeft geen galwegafsluiting in deze waarden gezien. (Mijn
conclusie is: Groenewold is niet geschikt voor een  huisartsen praktijk).

23 februari 2004. y-GT 393 AF 480 dit geeft noch steeds duidelijk een galwegprobleem aan. (verstopping)

Echo-bovenbuik: sterk gedilateerde intra- en extrahepatische galwegen.
Uitgezette galwegen diameter ductus choledochus 2.9 cm
en concrementen gezien en er is een hydrops van de galblaas.
Pancreas is echografisch niet goed te visualiseren.
Twee zeer kleine haardvormige laesies in de lever gezien, 1cm groot. Metastasen niet met zekerheid uit te sluiten.
Conclusie:
Forse galwegstuwing op basis van distale choledochusstenen met hydrops van de galblaas tevens tenminste twee kleine
leverhaardjes. Verder evaluatie hiervan na drainage van de galwegen lijkt geindiceerd. D.G. Gerrits, Radiodiagnost.

ERCP 25 en 27 februari 2004. Om onduidelijke redenen lukt het niet ductus choledochus (galwegen) te canuleren (passeren)
bij ductus pancreaticus wordt een ernstige stenose (vernauwing) in het caput gezien, proximaal waarvan dilatie.
Inderdaad acute stop ductus pancreaticus proximaal in het corpus met vlak voor de stop een bolvormige contrastophoping
waarschijnlijk ductocŤle. Ook in de regio van de pancreaskop een enkele kleinere contrastophoping gezien.
Er lijkt zich ook een staartje van de ductus choledochus te vullen met eveneens een acute stop.

3 maart 2004:  4-Fasen CT-lever, in de lever een aantal onregelmatige hypodense gebiedjes zichtbaar,  ''metastasen''.
De ductus pancreticus is verwijd in de kop, het middengedeelte en de staart. De pancreaskop is moeilijk afgrensbaar, onregelmatig
en verschillend in hypodensiteit. In de pancreas zelf zitten wat calcificaties. De ductus choledochus is verwijd en niet goed te
vervolgen naar het duodenum.
Mogelijk is er sprake van een proces in de pancreaskop. Tevens vergrote klieren para-aortaal.

5 maart 2004: Echo-bovenbuik: er is een percutane drain in de ductus choledochus in situ.
Desondanks is de ductus choledochus nog gedilateerd met een diameter van 12 mm. Daarnaast is er een sterk gedilateerde
ductus pancreaticus (19 mm).

9 maart 2004: MRI-bovenbuik (MRCP): aanzienlijke hoeveelheid pleuravocht rechts en ascites rondom lever, milt, in de
paracolische goot beiderzijds en in de onderbuik. Diffuus verspreid in de lever multipele, in grootte varierende, onscherp
afgrensbare haarden van verhoogd signaal, verdacht voormetastasen. Sommige mogelijk met centrale necrose.
Er is duidelijk dilatatie van zowel de intra- als extrahepatische galwegen.
De ductus choledochus is onregelmatig verwijd met  een maximale doorsnede van 12.5 mm. Ook de ductus pancreaticus is
onregelmatig fors verwijd met een maximale diameter van 26mm. Beide lopen vast op een solide proces in de pancreaskopregio
met een doorsnede van 4.3 cm.
De art. en vena mesenterica superior lopen vrij van deze massa.
Med gegevens: Obstructie icterus, 2x stent middels ERCP en PTCD procedure.
Verdenking obstruerende steen.

Decursus: deze 53-jarige vrouw met status bij (macronodulaire) levercirrose wordt opgenomen i.v.m.
stille icterus.
Bij opname wordt een echo bovenbuik vervaardigd waarop een gedilateerde ductus choledochus en verdenking op een concrement
distaal in de ductus choledochus. Enkele dagen na opname wordt een ERCP vervaardigd, waarbij het niet lukt de ductus choledochus
te canuleren, onduidelijk waarom dat niet lukt. Enkele dagen later wordt opnieuw een ERCP verricht, waarbij een precutpapillotomie
wordt verricht en de ductus choledochus opnieuw niet gecanuleerd kan worden. Ditmaal lukt het wel de ductus pancreaticus te
canuleren waarbij een distale stop en prestenostische dilatatie worden gezien. Gezien de persisterende icterus en de dilatatie van de
galwegen wordt in overleg met patiŽnte besloten percutane drainage te bewerkstelligen middels PTCD. Op 1 maart 2004 wordt een
percutane galwegdrain geplaatst waarbij het niet lukt de stenose distaal in de ductus choledochus te passeren. Besloten wordt de
externe drainage af te wachten, waarna twee dagen later wordt getracht een Wallstent te plaatsen. Helaas bleek het niet mogelijk een
voerdraad langs de stenose te brengen en de Wallstent te plaatsen. Derhalve wordt de externe drainage gecontinueerd.
Tevens wordt een 4-fasen CT van de bovenbuik vervaardigd waarop een verwijde ductus pancreaticus en een mogelijk proces in de
pancreaskop wordt gezien. Ondanks de externe drainage neemt patientes icterus niet af. Ook biochemisch stijgen de leverenzymen
en het bilirubine. Onder doorlichtingen wordt met contrast gecontroleerd of de drain goed ligt, hetgeen wordt bevestigd.
Enkele dagen later wordt een MRCP van de bovenbuik vervaardigd waarop het beeld wordt gezien,
verdacht voor een obstruerend
pancreaskopcarcinoom
met multipele levermetastasen. E.e.a. wordt met patiŽnte en haar familie besproken alsook het feit dat er
weinig therapeutische opties zijn. In overleg met patiŽnte wordt nog eenmaal getracht middels ERCP een edoprothese te plaatsen
opdat patiŽnte in palliatieve setting, zonder externe galwegdrain, naar huis zou kunnen. Op 12 maart 2004 wordt opnieuw getracht
een endoprothese te plaatsen, hetgeen ook nu niet slaagt. Op 13 maart 2004 verlaat patiŽnte in redelijke conditie het ziekenhuis.
G.H. van Olffen, maag-, darm-, leverarts.

TOT SLOT.
De artsen van Olffen, Kerbert en het hele team te Enschede hebben alles geprobeerd het leven van mijn vrouw te behouden.
Wat zij ook probeerden de BLUNDERS van Twenteborgziekenhuis te Almelo was niet meer te verhelpen.
Wij waren te laat bij deze goede doktoren waar mijn vrouw een mensen behandeling kreeg in dit ziekenhuis te Enschede i.p.v.
een beesten behandeling van de artsen, Groenewold, Ouwehand, De Vroom en v/d Peet werkzaam in het ziekenhuis te Almelo.

MIJN ADVIES:  GA DUS NIET NAAR HET TWENTEBORGZIEKENHUIS TE ALMELO.
Wij hebben ervaren dat u niet veilig behandeld wordt in dit ziekenhuis bij dit soort artsen!!!!!!
                          
   
__________________________________________________________________________________

(Mijn advocaat mr. A.J.Morsink (was verhinderd wegens rechtzaak elders) en ik konden 18 april 2005 niet aanwezig zijn tijdens
het mondeling vooronderzoek. Mijn advocaat heeft 2 dagen van tevoren een oproep van het  Tuchtcollege ontvangen. Uitstel per fax
of telefoon van dit vooronderzoek was niet mogelijk.
Mijn advocaat mr. A.J.Morsink heeft daardoor de gevonden aanvullende bewijzen uit het medisch dossier niet kunnen uitspreken
tijdens dit vooronderzoek.)

(PS, Omdat veel tekst gelijk is bij deze uitspraak Tuchtcollege heb ik de verschillen in deze uitspraak de namen van de aangeklaagde
artsen erbij vermeld voor een volledige uitspraak.)

( Het tussen haakjes vermelde opmerkingen is niet door het Tuchtcollege geschreven.)


Uitspraak Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidzorg te Zwolle.

Geachte heer Morsink,

Hierbij zend ik u de afschriften van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle d.d 23 september 2005.

Beslissing d.d. 23 september 2005 naar aanleiding van de op 14 juli 2004 ingekomen klachten van F.J.Hoek, wonende te Almelo,
bijgestaan door mr. A.J.Morsink, advocaat te Enschede.
Klager.

Alle partijen zijn uitgenodigd om in het kader van het mondeling vooronderzoek te worden gehoord op 18 april 2005.
Partijen zijn echter niet verschenen.
-tegen-
D.C.J.M. Groenewold-Herijgers, huisarts wonende te Almelo, Partijen zijn echter niet verschenen.
verweerster.

De Klacht.
Klager verwijt D.C.J.M. Groenewold-Herijgers -zakelijk weergegeven-:
1. Het stellen van een verkeerde diagnose.
2. Het niet goed behandelen van patiŽnte en het tegenwerken van het maken van een afspraak bij de internist Kerbert.
3. Tegenwerking bij het vinden van een nieuwe huisarts.

Het verweer.
Het verweer Groenewold-Herijgers komt er -zakelijk weergegeven- op neer dat de klacht als zijnde ongegrond dient te worden
afgewezen.

De overwegingen van het college.
Bij de beoordeling van de klacht is het College uitgegaan van de in rubriek 2 van deze beslissing weergegeven feiten die berusten op
de stukken, waarvan met name het huisartsenjournaal en het medische dossier van patiŽnte. Waar de lezing van deze feiten tussen
partijen uiteenloopt en klager zijn lezing niet nader aannemelijk heeft (kunnen i.v.m. uitnodiging) gemaakt kan van zijn lezing niet
worden uitgegaan. Dat berust niet op het feit dat het woord van klager minder geloof verdient dan het woord van verweerder maar op
het feit dat slechts een tuchtrechtelijke toetsing van medisch handelen mogelijk is indien dit handelen in voldoende mate is komen
vast te staan.

(Het bleek achteraf alvleesklierkanker met 17 dagen volledig galwegenafsluiting, zonder hulp wegens beschuldiging van alcolhol
  door Groenewold-Herijgers en v/d Peet is dat niet strafbaar???)

-tegen-
J.Ouwehand, internist, wonende te Almelo, Partijen niet aanwezig bij vooronderzoek, bijgestaan door mr. M.M. Bolleurs, advocaat
te Zoetermeer,
verweerster.

De klacht.
Klager verwijt A.J.Ouwehand -zakelijk weergegeven-:
1. Dat het gesprek op 19 februari 2003 niet goed is verlopen. Ouwehand was bij dat gesprek slechts 5 minuten aanwezig. Zij wist
niet dat patiŽnte een klaplong had gehad en is niet ingegaan op de vraag of afbouwen van de beademing kon worden uitgesteld.
2. Dat zij heeft ingestemd met het te snel van de beademing afhalen van patiŽnte.

(PatiŽnte had achteraf op verpleegafdeling nog een onopgemerkte klaplong is dit niet strafbaar????)

Het verweer
Ouwehand heeft als verweer het volgende aangevoerd.
Verweerster was aanwezig bij het gesprek op 19 februari 2003 om als medebehandelaar eventuele specifieke vragen betreffende de
leverziekte te beantwoorden. Zij had daar zeker 20 minuten de tijd voor. Daarna moest zij weer naar de polikliniek maar de
anesthesioloog De Vroom heeft daarna het gesprek nog voortgezet en zou eventuele vragen kunnen beantwoorden.
Ouwehand ontkent dat de klaplong die patiŽnte zou hebben gehad en de vraag of het afbouwen van de beademing kon worden uitgesteld
aan de orde is geweest.
Betreffende het afbouwen van de beademing was zij het eens met de genomen beslissing die in het multidisciplinaire team was genomen.

-tegen-
T.E. De Vroom, anesthesioloog wonende te Almelo, Partijen niet aanwezig bij vooronderzoek,  bijgestaan door mr. M.M. Bolleurs,
advocaat te Zoetermeer,
verweerder.

De klacht.
Klager verwijt De Vroom -zakelijk weergegeven-:
1. Dat patiŽnte (te snel) van de beademing is gehaald.
2. Dat het gesprek op 19 februari 2003 niet goed is verlopen. Met name verwijt klager De Vroom dat het gesprek een uur later plaatsvond
dan was afgesproken, dat verweerder zich tijdens dit gesprek vijandig heeft opgesteld, dat hij niets wist van een klaplong van patiŽnte en
dat hij gezegd heeft dat patiŽnte in de weg lag op de IC omdat bedden voor anderen beschikbaar moesten zijn.

Het verweer.
De Vroom heeft als verweer het volgende aangevoerd.
Vanwege de slechte prognose van de levercirrhose en het effect daarvan op de genezing van de pneuminomie is op 18 februari 2003 -in
een multidisciplinair overleg- besloten dat patiŽnte vanuit medisch oogpunt diende te ontwennen van de beademing via een nog vast te
stellen schema en detubatie niet weer beademd zou moeten worden.
De Vroom heeft dit beleid in een gesprek met onder meer klager op 19 februari 2003 besproken. Dit gesprek vond zeker minder dan
een  half uur later plaats dan was afgesproken. De Vroom ontkent dat hij zich tijdens dit gesprek vijandig heeft opgesteld en heeft
gezegd dat patiŽnte in de weg lag op de IC omdat bedden voor anderen beschikbaar moesten zijn. Bij patiŽnte was een klaplong ontstaan
bij het  begin van haar verblijf op de IC maar deze was behandeld en op longfoto's nadien was steeds geen klaplong te zien.
Verweerder was  daar -op dat moment- niet van op de hoogte. Wel is nadien nogmaals een klaplong ontstaan.

-tegen-
J.M. Peet, internist, wonende te Almelo, Partijen waren niet aanwezig bij dit vooronderzoek, bijgestaan door mr. M.M. Bolleurs,
advocaat te Zoetermeer,
verweerder.

De klacht.
Klager verwijt verweerder -zakelijk weergegeven-
1. Dat hij patiŽnte in januari 2004 niet wilde zien;
2. Dat hij de verkeerde diagnose heeft gesteld;
3. Dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan. (2003)

Het verweer.
J.M. Peet heeft als verweer het volgende aangevoerd.
Tijdens het gesprek met de huisarts van patiŽnte is aan de orde geweest dat patiŽnte icterisch werd maar dat er geen koorts was.
Ook verdere klachten, zoals bijvoorbeeld pijnklachten, zijn in dat telefoongesprek niet aan de orde geweest. J.M. Peet dacht op dat
moment dat hij op korte termijn weer een controleafspraak had met patiŽnte en dacht -gelet op de hem bekende gegevens- dat hij dan
de mogelijkheden kon bespreken.
De controleafspraak stond echter later gepland dan hij aanvankelijk aannam. Achteraf spijt het J.M. Peet dat hij patiŽnte niet direct
heeft opgeroepen.
J.M. Peet stelt zich op het standpunt dat hij al het benodigde onderzoek heeft gedaan en dat hij geen verkeerde diagnose heeft gesteld.
Aanleiding voor onderzoek naar een eventueel pancreas(kop)carcinoom had verweerder niet.

( Er zijn wel duidelijke aanwijzingen in het medische dossier 2003 aanwezig, die hadden toen al nagezien moeten worden. ''18 februari
tijdens het multidisciplinair gesprek is afgesproken: ''niet meer te renamineren'' en G.H. Hoek-Waanders niet meer maximaal te
behandelen om haar zo snel als mogelijk uit het ziekenhuis te krijgen, naar aanleiding van een foute diagnose en beschuldigingen''
J.M. Peet spreekt hier voor de zoveelste keer onwaarheden.)

DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.2 De overwegingen van het college.
Het College wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen
beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven
binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdende met de stand van wetenschap ten tijde van het
klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

Het College is van oordeel dat  verweersters handelden aldus de in rubriek 5.2 van deze beslissing weergegeven toetsing doorstaat.
Van het stellen van een verkeerde diagnose is geen sprake geweest.
Dat Groenewold-Herijgers klager zou hebben tegengewerkt bij het maken van een afspraak bij de internist Kerbert is niet aannemelijk
geworden. Evenmin is tegenwerking bij het vinden van een andere huisarts aannemelijk geworden. De conclusie is dan ook dat het
College van oordeel is dat Groenewold-Herijgers als huisarts niet heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij ten opzichte van de
patiŽnte behoorde te betrachten en dat de klacht zonder nader onderzoek als zijnde ongegrond dient te worden afgewezen.

Ten aanzien van het eerste klachtenonderdeel tegen A.J.Ouwehand overweegt het College het volgende. Ten aanzien van de feiten die
dit klachtenonderdeel ten grondslag liggen geven partijen verschillende lezingen. Bij gebrek aan aanwijzingen dat aan de ene lezing
meer waarde  moet worden toegekend dan aan de andere, kan niet gelijk van de ene dan wel de andere partij worden vastgesteld.
Dat brengt naar oordeel van het College met zich dat op het bestaan van die verschillende lezingen niet een tuchtrechtelijk verwijt aan
de arts kan worden gebaseerd.
Daarbij merkt het College op dat A.J.Ouwehand als medebehandelaar in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk te verwijten
is dat zij ongeveer 20 minuten de tijd heeft genomen voor het bewuste gesprek. Dit klachtenonderdeel faalt derhalve.

Ten aanzien van het tweede klachtenonderdeel tegen A.J.Ouwehand overweegt het College het volgende. Het College is van oordeel
dat  het medisch gezien noodzakelijk was patiŽnte zo snel mogelijk van de beademing te halen vanwege de longproblemen in
combinatie met  de leverproblemen. Het verloop van de ontwenning van de beademing en het ziektebeloop bevestigen dit oordeel nog.
PatiŽnte kon op  3 maart al worden gedetubeerd en op 5 maart kon zij naar de verpleegafdeling worden overgeplaatst.
Dat A.J.Ouwehand het eens was met de beslissing patiŽnte van de beademing te halen kan haar dan ook niet in tuchtrechtelijke zin
worden verweten. ( Met nog een onopgemerkte klaplong op de verpleeg afdeling is dit een foute diagnose)

Het College is dan ook van oordeel dat A.J.Ouwehand niet heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij als internist behoorde te
betrachten  en dat de klacht zonder onderzoek als zijnde ongegrond dient te worden afgewezen.

Ten aanzien van de eerste klachtenonderdeel overweegt het College het volgende:
Met T.E. De Vroom is het College van oordeel dat het medisch gezien noodzakelijk was patiŽnte zo snel als dat mogelijk was van de
beademing te halen vanwege de longproblemen in combinatie met de leverproblemen.
Het verloop van de ontwenning van de beademing en het ziektebeloop bevestigen dit oordeel nog. PatiŽnte kon op 3 maart al worden
gedetubeerd en op 5 maart kon zij naar de verpleegafdeling worden overgeplaatst. Aan het feit dat beademingsschema moest worden
bijgesteld kan geen betekenis worden toegekend. Dergelijke schema's worden opgesteld aan de hand van de bevindingen.
Dit klachtenonderdeel kan dan ook niet slagen.
( Met nog een onopgemerkte klaplong is dit een foute diagnose en overweging van het college)

Ten aanzien van het tweede klachtenonderdeel tegen T.E. De Vroom overweegt het College het volgende. Verweerder is ongeveer een
maand na het begin van de beademing de behandelaar van patiŽnte geworden.
Dat T.E. De Vroom tijdens het bewuste gesprek niet op de hoogte was van het feit dat patiŽnte bij het begin van haar verblijf op de
IC een klaplong had gehad acht het College in tuchtrechtelijke zin niet verwijtbaar. Die wetenschap had op dat moment immers
geen therapeutische consequenties.
Ten aanzien van de overige elementen van het tweede klachtenonderdeel geven partijen verschillende lezingen. Bij gebrek aan
aanwijzingen dat aan de ene lezing meer waarde moet worden toegekend dan aan de andere, kan niet gelijk van de ene dan wel de
andere partij worden vastgesteld. Dat brengt naar het oordeel van het College met zich dat op het bestaan van die verschillende
lezingen niet een tuchtrechtelijk verwijt aan de arts kan worden gebaseerd. Een wachttijd voor een gesprek van minder dan een half
uur kan niet als tuchtrechtelijk verwijd worden aangemerkt.
Ook dit klachtenonderdeel faalt derhalve.

(
Een verpleegster vertelde dat deze klaplong is ontstaan door een te hoog ingestelde beademingsdruk.)

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel tegen J.M. Peet overweegt het College het volgende.
Met J.M. Peet is het College van oordeel dat het achteraf te betreuren is dat hij niet direct een afspraak heeft gemaakt om patiŽnte te
zien toen hij door haar huisarts werd benaderd vanwege de icterus en de afwijkende leverfuncties. De vraag is echter of J.M. Peet dit
ook in tuchtrechtelijke zin verweten moet worden. Het College beantwoord deze vraag ontkennend. J.M. Peet verkeerde op het
moment dat de huisarts van patiŽnte belde in de veronderstelling dat hij op korte termijn een afspraak met patiŽnte had. (gelogen in het
dossier staat heeft ''heeft geen haast waarschijnlijk alcohol'')
Op grond van de hem ter beschikking staande gegevens ging hij er - terecht- vanuit dat er op dat moment geen sprake was van een acute
situatie waarbij onmiddellijk actie geboden was.  De afspraak die hij met patiŽnte had bleek echter niet op zo korte termijn als
verweerder dacht. Zonder J.M. Peet daarop aan te spreken- J.M. Peet had dan kans gekregen om een  snellere afspraak te maken
- heeft patiŽnte echter een afspraak bij internist Kerbert in het MST.

(
Dokter Kerbert schrijft in het medische dossier MST: directe handeling was noodzakelijk i.v.m. een volledige galwegenafsluiting en
opnieuw leverproblemen als wij door tegenwerking van Groenewold na 17 dagen nog langer hadden gewacht was patiŽnt thuis
overleden door leververgiftiging.) (Dit medische dossier MST 2004 heeft het Tuchtcollege niet)

PatiŽnt is zonder bericht niet op de afgesproken poliklinische controle bij J.M. Peet gekomen. Het College is van oordeel dat het
J.M. Peet siert dat hij uitdrukkelijk zijn excuses aanbiedt voor het feit dat hij patiŽnte alstoen niet heeft opgeroepen.
Onder deze omstandigheden kan het eerste klachtenonderdeel niet slagen.

Datzelfde lot treffen de overige klachtenonderdelen. Dokters onderzoeken en behandelingen kunnen de in rubriek 5.1 van deze
beslissing weergegeven tuchtrechtelijke toets zeker doorstaan.

(Het Tuchtcollege spreekt geen woord over '' dat deze artsen onderzoek in de galwegen hadden moeten verrichten'' terwijl duidelijke
aanwijzingen ''stuwingen in de galwegen'' zichtbaar waren in het medische dossier 2003, waardoor bij haar deze  macronodulaire
levercirrhose is ontstaat. Micronodulaire levercirrhose kan ontstaat door alcohol). Bron: lezing De Vroom  UMC te Utrecht.

Het College is dan ook van oordeel dat verweerders(sters) niet heeft gehandeld in strijd met de zorg die artsen behoren te betrachten
en dat deze klachten zijnde ongegrond dient te worden afgewezen.

Het College wijst alle klachten af.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, J.J.C.M. Rooijmans-Rietjens en dr. A. Huisman, leden-geneeskundigen in
tegenwoordigheid van mr.H. van der Poel-Berkovits, sercretaris.

Voorzitter
w.g. mr. A.L. Smit

Secretaris
w.g. mr. H van der Poel-Berkovits


____________________________________________________________________________________