<<<                Menu                    >>>
Home
De 3e Biologische Natuurwet
Het ontogenetische systeem van de Zinvolle Biologische Speciaalprogramma's (SBS) van de natuur.

Dit is het Kompas van de Germaanse Geneeskunde.

Vanuit de zienswijze van de reguliere geneeskunde gaat het bij elke celtoename om een 'tomor'. Deze interpretatie was en onjuist. Steunend op de 1e en de 2e Biologische Natuurwet en met behulp van de embryologie kon ik de 3e Biologische Natuurwet van de Germaanse Geneeskunde ontdekken (zie het schema op de volgende pagina).



































Deze derde Biologische Natuurwet maakt duidelijk waarom er twee verschillende soorten van celtoename zijn.
We maken een onderscheid tussen:
. Een initiŽle celtoename in de conflictactieve fase.  Dit is een weefselvermeerdering, een tumor, in het (oorspornkelijke archaÔsche) weefsel dat wordt aangestuurd vanuit de oude hersenen.
. Een celtoename in de genezingsfase. Daar vindt een reparatie of heropbouw plaats van de necrose of ulceratie die was onstaan in de voorafgaande conflictactieve fase.
Deze laatste weefseltoename kan niet als tumor worden beschouwd, het is een wederopbouw van het weefsel.
Ik heb bovendien ontdekt dat elk van deze weefseltypes vanuit een bepaald deel van de hersenen wordt aangestuurd (zie schema) 
en dat ze elk op heel specifieke conflicten reageren met celtoename ůf celvermindering ůf functiebeperking.
Hier volgt een globale samenvatting van de door mij ontdekte samenhangen tussen de kiembladen en de drie nivea's van psyche, hersenen en orgaan.























Binnenste kiemblad - het endoderm

Hersenen/organen: de hersenstam is het oudste oudste gedeelte van onze hersenen.
Vanuit de hersenstam wordt het hele maagdarmkanaal aangestuurd en de aan dat weefsel verwante organen zoals onder andere longblaasjes, lever, pancreas, baarmoeder of prostaat, niervezamelbuisjes en speekselklieren van de mond.
Een uitzondering vormen de later in de ontwikkeling naar binnen gestulpte plaveiselpiteel slijmvliezen, die vanuit het ectoderm zijn onstaan. Deze weefsels worden niet door de hersenstam aangestuurd.

Conflictinhoud:
'brok'- conflicten.
Bij de archaÔsche, oudste conflicten van ons organisme gaat het altijd om een (voedsel-)brok.
Het gaat erom de brok te krijgen, de brok door te slikken, de brok verder te transporteren, te verteren en uiteindelijk de uitwerpselen uit te kunnen scheiden.
Behalve de voedsel brok kennen weook de geluidsbrok of informatie-brok, de luchtbrok of de visuele brok.
Het kan bijvoorbeeld gaan om het verteren van de voedselbrok of de uitscheiding van de keutel-brok.
De nierverzamelbuisjes willen de waterbrok binnen houden bij het existentieconflict, wanneer bijvoorbeeld een zeediertje op het droge is geworpen.

Tweefasig op organisch niveau - met synchroon verloop op het niveau van de psyche en de hersenen:
. Conflictactieve fase (ca-fase): tumor - toename van weefsel.
. Genezingsfase (pcl): schimmels of tbc breken de tumor weer af.

Middelste kiemblad - het mesoderm

Hersenen/orgaan: de tot het mesoderm behorende organen kunnen we indelen in twee groepen:
1. Het oude mesoderm dat wordt aangestuurd vanuit de kleine hersenen.
2. Het jonge mesoderm dat wordt aangestuurd vanuit de witte stof van de grote hersenen.

1.
Organen die tot het oude mesoderm behoren, aangestuurd vanuit de kleine hersenen:
. De onderhuid (corium). De borstklieren zijn ook een onderdeel van de coriumhuid.
. De vliezen: pleura (borstvlies), peritoneum (buikvlies), pericardium (hartzakje)
. Zenuwschede.

Conflictinhoud: Aanvalsconflicten, ook een aanval op de integriteit.
Tweefasig op organisch niveau - met synchroon verloop op het niveau van de psyche en de hersenen:
. Confictactieve fase (ca-fase): tumor - toename van weefsel.
. Genezingsfase (pcl-fase): tbc breken de tumor weer af.

2.
Het jonge mesoderm, aangestuurd vanuit de witte stof van de grote hersenen:
Gliaweefsel, bindweefsel, skelet, dwarsgestreepte spieren, lymfeklieren, lymfevaten, bloevaten, nierparenchym, milt, eierstokparenchym, teelbalparenchym, glaslichaam van de ogen (dat is voor een deel ook ectodermaal weefsel)

Conflictinhoud:
eigenwaarde-conflicten.
Tweefasig op organisch nivau - met synchroon verloop op het niveau van de psyche en de hersenen:
. Conflictactieve fase (ca-fase): necrose - afname van weefsel
. Genezingsfase (pcl-fase): heropbouw van de necrose, met behulp van bacteriŽn.
Toename van weefsel, aan het einde van het SBS is er meer weefseldan voorheen.

Buitenste kiemblad - het ectoderm

Hersnen/organen:
de delen van ons organisme die tot het ectoderm behoren worden aangestuurd vanuit de hersenschors van de grote hersenen.
We moeten de bijbehorende weefsels splitsen in twee groepen.

1.
SBS met ulceratie (verzwering): ectodermaal plaveiselepitheel (sensibiliteitsverloop volgens buitenste-huid-schema of muil-slijmvlies-schema), die in de conflict-actieve fase (ca-fase) epitheel-ulceraties oftewel weefselafbraak vertonen en in de genezingsfase
(pcl-fase) deze ulceratie weer repareren.

Hierbij handelt het zich om territorium- en scheidingsconflicten.
Dan zijn het plaveiselepitheel en de slijmvliezen:
. Opperhuid
. Slijmvliezen van o.a. de baarmoederhals en -mond, zaadblaas, nierbekken en urinewegen, rectum, vagina, galgangen, pancreas, maag, rectum, blaas, bronchiŽn, larynx, melkgangen en de initima van de coronaire vaten van het hart.

2.
SBS zonder ulcera (verzwering): Die delen van het organisme die gedurende het SBS geen ulceratie maar een zinvolle functievermindering of functieverandering vertonen zonder celafname of celtoename.
In de conflictactieve fase zien we een functieverandering en in de genezingsfase zien we de functie weer normaliseren.
Bijvoorbeeld bij de X-cellen van de pancreas en de lever (angst-walgingsconflict, laag bloedzuiker) of de Y-cellen van de pancreas (Diabetes, vermindering van de insuline, hoog bloedzuiker, een conflict van het weren), retina (netvlies).
Sommige organenhebben weefsels die uit verschillende kiembladen zijn ontstaan en dat maakt de situatie iets complexer.

De twee soorten van sensibiliteitsverloop bij het plaveiselepiteel tijdens het SBS
Er zijn twee soorten van sensibiliteitsverloop tijdens het SBS bij het plaveiselepiteel.
Het verloop is bij het buitenste huid schema precies omgekeerd aan het mondslijmvlies schema, hoewel er bij beide schema's ulecera's in de ca-fase onstaan die in de pcl-fase worden hersteld.
Bij de klinische toepassing is het belangrijk deze beide soorten van senibiliteit te kennen en te kunnen toepassen:

1.
Sensibiliteitsverloop volgens "Muil-Slijmvlies schema" tijdens SBS
2. Sensibiliteitsverloop volgens "Buitenste Huid schema " tijdens SBS

Dat is ook voor elke patiŽnt begrijpelijk en hij kan daarmee eventuele pijnverklaren.  Het kan hem helpen.
Wanneer men dat weet, dan is het ook makkerlijker om te begrijpen, waarom men bijvoorbeeld bij bronchitis een pijnlijke hoest heeft (buitenste huid schema), waarom men in de pcl-fase van de baarmoeder-ca pijn of overgevoeligheid heeft.
Of waarom men bij een rectum-ulceratie in de ca-fase niets merkt door de verdoving en waarom de melkgangen pas in de
pcl-fase jeuken of pijn doen.
Voor onze patiŽnt is het heel belangrijk, dat ze aan de symtomen zoals jeuken, overgevoeligheid of verdoving kunnen herkennen in welke fase ze zijn.

1.
Sensibiliteitsverloop volgens muil-slijmvlies-schema tijdens SBS

Het sensibele plaveiselepitheel slijmvlies van de mond (muil) stamt waarschijnlijk nog van het periost (botvlies) van de neusbijholten en uit het periodont (tandbeen) en het voormalige penisbot dat bedekt is met het oude sensibele plaveiselepitheel.
Dit kunnen we afleiden aan de hersenrelais (premotorische en postsensorische cortex).
Vanuit deze locaties is het sensibele plaveiselepitheel in de betreffende inwendige organen van de muil geÔmmigreerd.
Vandaar de muil-slijmvlies en het hele systeem noemen we muilslijmvlies-schema.
Het verschil met de buitenste en jongere plaveilselpitheelhuid zien we in de groepering in de hersenen.
Het periost-plaveiselepitheel van de neusbijholten wordt vanuit de premotorische en postsensorische cortex gestuurd.
Daartegen wordt het plaveiselepitheel van de buitenste huid vanuit de later, samen met de motorische cortex, wigvormig in de cortex tussengeschoven sensorische contex aangestuurd.
Overigens is er als overblijfsel van het penisbot ook plaveiselepitheel-slijmvlies op de eikel van de penis en de clitoris.
Voor de leek lijkt dat misschien een beetje onbegrijpelijk.
Maar het is gelijkertijd fascinerend en met ontzag en verwondering waar te nemen hoe geniaal moeder natuur als noodzaak van de ontwikkeling zichzelf steeds weer heeft gecorrigeerd.
In het begin was het plaveiselepitheel op het periost (botvlies) van ons skelet met onze primitieve extremiteiten het "buitenliggende  plaveiselepitheel".
Dat was nog voor de ontwikkeling van de coriumhuid (kleine hersenen).
Vervolgens werd ons skelet geheel met een laag van spieren, een coriumhuid met melkklieren en een nieuwe buitenste plaveiselepitheelhuid met melkgangbekleding omhuld.
Daaropvolgend heeft moeder Natuur de oude, op het periost gelegen plaveiselepitheelhuid teruggebracht.
Wat overbleef is nog het oude zenuwnetwerk van de voormalige plaveiselepitheelhuid.
Dit netwerk ligt vandaag de dag nog op het periost en is verantwoordelijk voor de reuma bij een brutaal scheidingsconflict.
Onder reuma verstaan we sterke stekende en vloeiende pijn in de ca-fase en in de epileptoÔde crisis.

Oude periost-muil-slijmvlies
Sensibele plaveiselepitheel-slijmvlies:

1. Van de mond, de lippen, de tong, het gehemelte, de keelholte, van het periodont (tandbeen), het tandglazuur en de uitvoeringsgangen van de speekselklieren;
2. Van de slokdarm (bovenste 2/3 deel);
3. Van de maag met de kleine curvatuur, pylorus en bulbus duodeni (maaguitgang en twaalfvingerige darm);
4. Van de galgangen met choledochus (grote galgangen) met galblaas en intrahepatische galgangen (in de lever);
5. De pancreasgangen;
6. Van de kiewgangen en de van de kieuwbogen afstammende: coronaire arteriŽn, coronaire venae, aortaboog, arteria carotis, kieuwgangen aan de hals (oude kieuwen) en de uitvoeringsgangen van de schildklier;
7. Slijmvlies van de neusbijholten;
8. Slijmvlies van de eikel (glans) van de penis en van de clitoris (van het voormalige penis-bot-periost);
9. Periost (botvlies).

Symtomen in de ca-fase: ulceratie, overgevoeligheid, pijn: bij periost: reuma;
Symtomen in de pcl-fase: voor en na de epileptoÔde crisis:
genezingszwellingen, heropvullingen van de ulceratie, warmte, bloeding, verminderde gevoeligheid tot totale ongevoeligheid;

Symptomen in de epileptoÔde crisis: overgevoeligheid met sterke pijn (zie het coronaire hartinfarct en de maagulcus!) en absence.
Bij het botvlies sterke aanhoudende, vloeiende reumapijn met absence.

Wanneer begeleidende dwarsgestreepte spieren gelijktijdig in de epileptische crisis komen, dan samen: overgevoeligheid + sterke  pijn + abcense en epileptische tonisch-clonische aanval van de betreffende dwarsgestreepte spieren.
























2.
Sensibiliteitsverloop volgens buitenste-huid-schema tijdens SBS





























Tot het buitenste-huid-schema behoren de buitenste huid en de vanuit de buitenste huid direct in de organen geÔmmmigreerde plaveiseleptitheel slijmvlies:

1. Buitenste huid (opperhuid) + achterzijde van de opperhuid met pigment en haren;
2. Plaveiselepitheel slijmvlies van het strottenhoofd;
3. Plaveiselepitheel slijmvlies van de bronchiŽn;
4. Melkgangen van de vrouwelijke borst;
5. Plaveiselepitheel slijmvlies van de neus;
6. Plaveiselepitheel van de buitenste gehoorgangen;
1-6 Uit de buitenste huid stammend.

7. Slijmvlies van de blaas en de afleidende urinewegen;
8. Plaveiselepitheel slijmvlies van de vagina, baarmoederhals- en mond;
9. Plaveiselepitheel slijmvlies van het rectum.
7-9 Zijn oorspronkelijk ui de muil geÔmmigreerd, maar na de ringbreuk opnieuw verkabeld over het ruggemerg en zijn daardoor bij de buitenste huid aangesloten.
Hierdoor is het gedrag volgens het buitenste-huid-schema, ondanks de oorspronkelijke en ook nog actuele sturing vanuit de post-sensorische cortex.

Symptomen in de ca-fase: ulceratie met gevoellossheid van de plaveiselepitheelhuid of het slijmvlies;
Symptomen in de pcl-fase: voor en na de epileptoÔde crisis; genezingszwelling, heropbouw van de ulceratie, regeneratie, warmte, rood worden, jeuk (pruritus), pijn en overgevoeligheid;
Symptomen in de epileptoÔde crisis: kortstondige ongevoeligheid en absence.

Wanneer de begeleidende dwarsgestreepte spieren gelijktijdig in de epileptische crisis (= epileptische aanval) komen (alleen als het gelijktijdig om een motorisch conflict gaat) treedt er naast ongevoeligheid en absence + epileptische musculaire aanval, ook een dwang-ontlasting op.
Dat is dan bijvoorbeeld een rectum-tenesmus of blaas-tenesnus, vooraf en achteraf pijn zonder tenesmus (aanhoudende stoel- en plasdrang).

De borst
en haar verschillende aandelen volgens de histologie van de verschillende kiembladen.

1. Coriumhuid = lederhuid = cilinderepitheel
(mesoderm, aangestuurd vanuit de kleine hersenen)
Conflictinhoud: bezoedelingsconflict, schending
van de integriteit. Zich misvormd of mismaakt te voelen,
bijvoorbeeld na een borstamputatie.
Ca-fase: coriumhuid-ca (lederhuid-ca = melanoom)
Pcl-fase: tuberculeus verkasende, necrotische
afbraak door schimmels, schimmelbacteriŽn.
Alleen stinkend als de daarboven gelegen
plaveiselpitheelhuid geopend is.

2.
Epidermis = opperhuid = plaveiselepitheel
(ectoderm, gestuurd vanuit de cortex)
Conflictinhoud: scheidingsconflict, losrukken van het
het lichaamscontact met moeder/kind of partner.
Kan ook een "gescheiden willen worden"zijn.
Ca-fase: ulceratie van het epidermis en gevoelloosheid
Pcl-fase: heropbouw van de ulceratie.
De huid wordt rood, warm, zwelt op, jeukt (pruritus) en kan zeer doen.
Deze symtomen noemen we: exantheem, netelroos, eczeem en psoriasis.
EpileptoÔde crisis: gevoeligheid met absence.

3.
Melkklieren (= cillinderepitheel) ingestulpte coriumhuid (mesoderm vanuit de kleine hersenen gestuurd)
Conflictinhoud: zorg- of strijdconflict met moeder/kind of partner. Kan ook een nestconflict zijn (zorg om het huis of een deel van het huis, bv kinderkamer.
Ca-fase: er groeit een adenoÔde mamma-carcinoom (borstkanker), een compacte tumor, die des te groter wordt naar gelang de grootte van de conflictmassa (duur en intensiteit van het conflict).
Als het tot een oplossing van het conflict komt, dan stopt de tumorgroei.
Pcl-fase: er zijn twee mogelijkheden:
A) biologische genezing: de knobbel verkaast tuberculeus (door mycobacteriŽn) onder de gesloten, intacte huid, krijgt wat oedeem, doet pijn in de eindfase van de pcl-fase en blijft een caverne, een holle ruimte in de borst.
Als de knobbel echter aan de oppervlakte ligt, dan kan deze buiten doorbreken.
Dan vloeit de (stinkende) tuberculeuze etter naar buiten. Nacht zweten.
Voorzichtig: het organisme moet het tuberculeuze verlies van eimit compenseren.
Het heeft daarvoor eiwitrijk voedsel nodig.
De zwelling van de borst en ook de productie van het waterige tuberculeuze secreet kan door het syndroom nog worden versterkt.
B) onbiologische genezing: de knobbel wordt ingekapseld en blijft achter.

4.
Melkgangen = plaveiselepitheel (ectoderm, vanuit de cortex gestuurd)
Conflictinhoud: scheidingsconflict, het kind is je van de borst gerukt.
Ca-fase: intraductale uceratie van de van de melkgangen.
Gelijktijdig is er een gevoelloosheid van de melkgangen, die zich kan uitbreiden over de huid van de borst en de tepel.
Dan heeft de patiŽnte daar geen gevoel meer, de huid is als verdoofd.
Pcl-fase: reparatie van het slijmvlies van de melkgang in het gebied van de ulceratie.
Hierbij treedt lokaal zwelling op. Met de reparatie van de ulceratie keert ook de gevoeligheid terug en dat is vaak zeer onaangenaam:overgevoeligheid of hyperresthesie.
Bij gelijktijdige aanwezigheid van Het Syndroom treden er door de sterke zwelling complicaties op.
Epi-crisis: ongevoeligheid met absence.

5.
Ribben (mesodermaal, vanuit de witte stof van de grote hersenen gestuurd)
Conflictinhoud: eigenwaarde-inbreuk (EWI)
Hoe belangrijk de onder de borst gelegen ribben zijn, kunnen we pas begrijpen als ons duidelijk wordt dat het gevoel voor eigenwaarde van de borst gelegen ribben projecteert.
Als de vrouw zich door een tumor of een litteken na een operatie verminkt voelt, dan kan op deze locatie op de borst een melanoom groeien.
Wanneer de vrouw echter een eigenwaarde-inbreuk lijdt, omdat de borst bijvoorbeeld te klein of niet mooi gevormt is, dan kan ze een osteoporose in de daaronder gelegen rib krijgen.
Natuurlijk kan de patiŽnte ook aan een osteoporose in de borstwervel lijden, als ze door een verminkte borst in haar trots is gebroken.
Als ze zich door de verminkte borst op seksueel gebied niet meer volwaardig voelt, dan onstaat er een osteoporose in het bekken.
Ca-fase: osteoprose (botontkalking), in deze fase geen pijn.
Pcl-fase: recalcificatie van de osteoprose: oedeem in het bot met oprekking van het botvlies.
Hierdoor bestaat er een groot gevaar voor een spontane botbreuk.
Sterke pijnen door het oprekken van het gevoelige botvlies.
Het Syndroom bemoeilijkt de genezing in alle botlocaties door toenemende pijn, wat veroorzaakt wordt door de oprekking van het botvlies.
Het komt regelmatig voor, dat een chirurg in de genezingsfase, als het botvlies door de verhoogde weefseldruk opzwelt, erin snijdt of prikt.
Hierdoor loopt het callus (vloeibaar kalk) uit het bot in het omliggende weefsel. Dit veroorzaakt dan een osteosarcoom.

Het ductale SBS of melkgang-SBS is verreweg het meeste voorkomende zinvolle biologische programma van de borst.
70 tot 80% van de gevallen van borstkanker valt in deze categorie.
In de reguliere geneeskunde wordt dit bilogische programma ten onrechte ductale  borstkanker genoemd.
Het is echter geenzins een kanker.
Het is een scheidingsconflict van moeder/kind of partner, bijvoorbeeld een partner die is weggelopen.
Bij een rechtshandige vrouw zou het dan om de rechter borst gaan.
Vanaf de conflictinslag start er een Zinvol Biologische Speciaalprogramma die twee fasen kent, indien het tot een oplossing van het conflict komt.
Een oplossing zou kunnen zijn, dat de vrouw een andere partner vindt of als het weer tot een verzoening komt met de oude partner etc.

In de ca-fase vormt er zich een ulceratie (verzwering) van de epitheelbekleding in de melkgangen met een sensorische ongevoeligheid van de betreffende melkgangen. Vaak reageerd zelfs de buitenste huid van de borst mee.

In de pcl-fase regenereert zich de ulceratie in de melkgangen onder zwelling en daardoor afsluiting van de melkgangen.
Deze zwelling is nog eens versterkt bij Het Syndroom.
Daar komt er in de pcl-fase nog de overgevoeligheid en jeuk, die in pijn kan uitlopen.
De hele zwelling met verstopping van de melkgangen (bij de koeien"kwartierpijn" genoemd) kan ook bijkomend de buitenste huid van de borst laten opzwellen, rood worden en pijn veroorzaken (mastitis of borstonsteking).

Gelijktijdig komt er een melkproductie op gang. In het begin nog heel waterig, maar later steeds meer melkachtig.
Door de zwelling van de melkgangen kan de melk echter niet afvloeien, waardoor er een stuwing onstaat.
Deze zwelling kan een lokaal karakter hebben, maar kan ook de hele borst betreffen.
Deze zwelling van de borst werd vroeger ten onrechte bostkanker genoemd.
In werkelijkheid is het geen kanker, maar geheel onschadelijk (zie kwartierpijn bij de koeien), als men vanaf het begin ervoor zorgt dat de melk kan afvloeien.
Dit kan het beste bijvoorbeeld gedaan worden door bordtvoeding te geven, door het laten afzuigen door de partner of met behulp van een borstkolf. Dan normaliseert de borst zich weer binnen enkele maanden.
Iedere boer doet dat bij zijn koeien als hij het kalfje bij de moeder heeft weggenomen.
Eťn kwartier van de uier zwelt op in de genezingsfase. Dat is het melkgang-SBS. De boeren noemen dat kwartier-pijn.
Nog nooit is er een koe aan gestorven, terwijl dit hetzelfde is als de gezwollen borst bij de vrouwen met een mekgang-SBS.
Dit werd vroeger verkeerd geÔnterpreteerd als ductaal carcinoom.
Zoals de boer zorgvuldig het kwartier van de uier van een net bevallen koe moet uitmelken, wat soms pijn doet, zo werkt de vrouw in principe ook. Zo eenvoudig is dat!

Wanneer de melk niet direct vanaf het begin wordt afgezoegen, dan trekt dit deel van de borst of de hele borst zich samen en wordt hard. Dat is eigenlijk alleen maar een kwestie van esthetiek en niet iets ergs of dodelijk.
Men dient het echter de patiŽnt in een gesprek duidelijk te maken, zodat ze geen eigenwaarde-inbreuk op de locatie lijdt, die op de rib achter de borst kan inslaan.
Maar zelfs als er een eigenwaarde-conflict met osteoporose op de rib inslaat, dan hoeft dat niet dodelijk te zijn.
Als het pijn doet, dan betekent het dat het proces al in de genezingsfase is.
Wanneer er geen verder recidieven optreden, dan duurt het genezingsproces normaal gesproken 4 maanden.
Dat wil zeggen twee maanden dat de pijn steeds sterker wordt en in twee maanden gaat de pijn langzaam weg.


                                                                                                        
Top

                                                                                         *