Germaanse geneeskunde
<<<   Index ervaringsverhalen   >>>

Prostaat, opgelet, in ervaringsverhalen kan over meer dan een conflict gesproken worden.
Prostaatkanker geval Henkes

Ervaringsbericht van Josph Henkes
(„Ik ken de GNM sinds 1995.“)

Activiteit van de prostaat, prostaatkanker

Het zogenaamde „ziekteverloop“

Het gebeurde op woensdag 21 maart 2001.
Deze dag ging ik 's morgens zoals gewoonlijk naar mijn werk, zoals op elke andere werkdag. Vanaf de middag kreeg ik moeite met plassen. Zodra ik begon met plassen, dan knelde de prostaat de urineleider af. Ik moest toen elk half uur naar de toilet.
Toen ik 's avonds thuis kwam zei ik tegen mijn vrouw: “Ik heb problemen met plassen, dat is met zekerheid een activiteit van de prostaat.” Ze kon het amper geloven en zei: “En dat al op jou leeftijd?” Ik was destijds 51 jaar.
Twee nachten lang, op 21 en 22 maart had ik hoge koorts, tot 39,5°. Voor mij was het duidelijk dat de bacteriën hun werk deden. Ik schoof het bezoek aan de arts steeds voor me uit. Het moest toch ook zo te klaren zijn, dacht ik. Het werd echter steeds erger en op maandag, 26 maart ben ik dan van mijn werk thuis gekomen en ben naar de arts gegaan. Ik kon alleen nog maar druppelsgewijs plassen. De urineleider was totaal dichtgedrukt. De totale afsluiting van de urethra komt slechts bij 5% van de mannen voor.
De arts onderzocht mij en stelde vast dat het de prostaat was, die behoorlijk was vergroot. Hij nam bloed af om de PSA-waarde vast te stellen. Deze lag bij 92,6 ng/ml (normale waarde tussen 0 en 4).
Ik had uit de seminars van Dr. Hamer geleerd dat er in zo'n geval maar één oplossing is en dat is om een katheter (sonde) te plaatsen.
Deze sonde zou mijn huisarts dan 's middags inbrengen.
Mijn vrouw was totaal in paniek en maakte direct een afspraak bij de uroloog voor mij. Daar had ik dan ook dinsdag middag om 16 uur een afspraak.
Deze was ontsteld over de hoeveelheid urine in de blaas. Hij plaatste de katheter en ik was opgelucht. In het daaropvolgende gesprek wilde hij mij op een operatie voorbereiden. De uroloog had al van de huisarts begrepen dat ik mij niet wilde laten opereren.
De uroloog probeerde me de schrik aan te jagen en zei dat hij ook een patiënt had gehad die de operatie had geweigerd en na 6 maanden zouden zijn hersenen vol met metastasen zijn geweest en kort daarop zou hij zijn gestorven.
Daar lachte ik de uroloog in het gezicht uit. Van Dr. Hamer wist ik wat het metastasensprookje inhield. Zo werd ik met de sonde ontslagen en werd voor 14 dagen ziek gemeld. Dit was het eerste ziekteverlof in mijn hele carrière.
Op vrijdag 30 maart om ongeveer 10 uur werd er een biopsie gedaan. Om half twaalf had ik een afspraak voor een hersen-ct-scan.
Toen ik het weekeinde daarop plaste, vergat ik om de sonde te openen en liep de urine langs de sonde. Daarmee was mij duidelijk, dat de tumor al weer kleiner werd. Anders zou de urine niet voorbij de sonde kunnen lopen.
Op maandag 9 april werd er opnieuw een bloedafname door de huisarts gedaan. Deze gaf een PSA-waarde van 16,4 ng/ml. Hierop was ik heel trots en ik zei tot de arts: “Ziet u wel, we hoeven helemaal niet te opereren, de PSA-waarde daalt alweer.” Hij sprak mij tegen en zei dat ik zonder operatie geen kans had om aan de situatie voorbij te komen.
Op maandag 17 april werd weer een bloedbeeld alsmede een urinemonster afgenomen: nu was de PSA-waarde weer gestegen op 18,5. Toen had de huisarts weer de betere kaarten en zei: “Ziet u, de PSA stijgt weer.”
Vervolgens belde ik Dr. Hamer op. Hij verzekerde mij dat dit een heel normaal verschijnsel was. Ik moest me er niet over opwinden. De PSA zou schommelen zolang in dit gebied zou worden onderzocht. Op donderdag 19 april werd 's morgens tegen 9 uur de sonde door de huisarts verwijderd.
's Middags had ik een afspraak bij de uroloog. Hij vroeg of ik geplast had. Tweemaal, antwoordde ik hem. Hij maakte nog een echo en zag, dat de blaas volledig geleegd was.
Daaropvolgend schreef hij zijn bericht. Hij was woedend en zei, dat de uitslag van de biopsie was verdwenen. Hij dicteerde dat de PSA-waarde op zijn hoogtepunt 16,4 geweest zou zijn. Toen hij klaar was stelde ik hem terecht en zei hem dat de waarde 92,6 was geweest. Hij verontschuldigde zich en dicteerde opnieuw zijn bericht met de juiste waarde.

Daarna telefoneerde ik nogmaals met Dr. Hamer. Hij had mij aangeraden alles zo te laten rusten tot september, oktober.
Op 3 september werd nog een bloedafname gedaan en zie daar, de PSA-waarde lag bij 2,8 ng/ml. Op 19 februari 2002 lag de waarde bij 2,17 ng/ml.
Er werd nog een bloedafname op 10 mei 2002 gedaan, die een waarde van 1,89 gaf.
Nog een bloedbeeld op 5 maart 2003 gaf een waarde van 2,01 ng/ml.

En daarmee is voor mij deze hele aangelegenheid afgesloten. Tot op de dag van vandaag voel ik mij gezond. Op seksueel gebied loopt alles zoals voorheen en ik heb ook geen problemen met plassen of de plas ophouden.

Medicijnen:
De huisarts stelde met de analyse van de urine vast dat er zich schadelijke bacteriën in de blaas bevonden en schreef mij antibiotica voor, die ik echter niet heb genomen.
Bovendien had de uroloog mij het medicijn “OMIC” voorgeschreven, dat ik dan mijn hele leven in moest nemen. Deze heb ik ook niet genomen.

Restletsel na een operatie:
Indien een vrijmaken van de plasbuis of een complete verwijdering van de prostaat wordt gedaan, dan is er met de volgende schade rekening te houden:
Incontinentie: het zijn slechts enkele procenten die het geluk hebben dat ze de plas nog op kunnen houden na een catherisatie (zware belasting voor het verdere leven)
Impotentie: hiervoor geldt hetzelfde als bij 1.
Constante inname van hormoontabletten.
Eventueel andere onaangenaamheden, die niet van te voren te bepalen zijn.

Het biologische conflict
Lelijk, half genitaal conflict

Biologische zin
De prostaat wordt actief, om meer secreet te produceren en daardoor het sperma beter tot aan de juiste plaats te kunnen transporteren.

Wanneer ontstaat er een activiteit van de prostaat?
Een man denkt dat hij geen kleinkinderen zal krijgen (zoals bij mij)
Een man heeft een vriendin die hem door een ander wordt afgepakt of de vriendin verlaat hem.
De vader heeft een zoon die ontspoord (bv. drugs) of homo is.
Vader heeft een dochter die ontspoord (bv. drugs) of lesbisch is.
Waardoor raakte ik in de prostaatactiviteit
In oktober 1999 had mijn zoon een hersenoperatie ondergaan. Hij was vanaf dat moment aan de linker zijde verlamd. Hij leefde destijds samen met zijn vriendin, een mooie Braziliaanse vrouw. In januari 2001, na het middageten zei mijn toekomstige schoondochter tot mijn vrouw en mij: “Zitten jullie stevig? Ik heb een grote verrassing voor jullie beide. We zeiden: “Ja”. Dan zei ze: “Ik ben waarschijnlijk zwanger, maar kan het pas later met zekerheid zeggen, wanneer ik de tests heb gedaan.”
Toen mijn toekomstige schoondochter ons dit meedeelde hadden mijn vrouw en ik beide dezelfde gedachte: “maar niet nu en in deze toestand” en ze waren ook nog niet getrouwd. Mijn vrouw en ik zijn van huis uit zeer katholiek opgevoed.
Toen ging ze op dinsdag 20 maart 2001 naar de echografie en zie daar, ze was zwanger. Toen ik 's avonds thuis kwam en voor de televisie zat, toonde mijn vrouw de echofoto en men kon net herkennen dat het wel waar moest zijn. Voor mij het 100% bewijs dat ze zwanger was. En op woensdag 21 maart 2001 ging ik 's morgens naar mijn werk en tegen 14 uur merkte ik dat ik nog maar moeilijk kon plassen. De prostaat was al sterk opgezwollen.


Als vader denkt men daar zo over na, of de zonen of dochters ook kinderen zullen krijgen, daarmee de familie zich ook voortzet. Destijds zijn bij mij ook gedachtes gekomen, of mijn zoon eventueel geen kinderen meer zou kunnen voortbrengen (verlamd, invalide etc.) Nu is hij weer zover dat hij kan lopen en zijn linker arm kan bewegen. Hij is gezond en heeft zijn handicap geaccepteerd.

De prostaat heeft tot zin, dat wanneer er geen nakomelingen in uitzicht zijn ze actief wordt en beduidend meer secreet produceert, daarmee het sperma beter kan worden getransporteerd. Mijn hersenen stuurde dit echter plaatsvervangend voor mijn zoon. Biologisch gezien zou ik in dit geval voor de nakomelingen moeten zorgen. Vandaar de activiteit van de prostaat bij mij.
De oplossing ligt in het geheel te accepteren, dat wil zeggen: Toen ik Dr. Hamer 's avonds na de katheter zetten opbelde en we ons over de prostaat onderhielden, zei hij me: “Verheug je toch op je kleinkind.” Ik zei nog tegen hem: “Maar ze zijn nog niet getrouwd”. Hij zei: “Dat maakt toch niets uit, dan kunnen ze later ook nog doen.” Wat ze dan in september 2002 ook deden.
Zou ik deze aangelegenheid met tegenzin zijn aangegaan, dan zou de prostaat met zekerheid actief zijn gebleven.

Vanaf deze plaats wil ik graag Dr. Hamer bedanken voor het ontdekken van de GNM en dat hij mij en mijn familie meermaals met raad heeft bijgestaan.

België, Nieder Emmels, op 1 mei 2004

Kanker kan men genezen, maar niet bestrijden...

Met vriendelijke groet,

Joseph Henkes




Prostaatkanker geval Dräger

Aan Dr. Hamer en Helmut Pilhar

Mijn leerweg en genezing van prostaatkanker

Eigenlijk was ik in april 1995 met 49 jaar te oud of te jong om luiers te dragen.
Het begon allemaal met een onschuldig preventief onderzoek.
De PSA-waarde was te hoog. Dus werd een biopsie voorgenomen; positief.
Er werd een hoog gedifferentieerde adenocarcinoom van de prostaat vastgesteld.

Men heeft mij over de behandeling en de gevolgen zeer goed geïnformeerd.
Binnen twee weken heeft u het achter de rug.
Voordat alles voorbij is, wilde ik nog op vakantie gaan, dat begreep de uroloog.
Over de oorzaken van mijn ziekte konden de urologen mij weinig vertellen.
Het waren vermoedens, en aannames, ook in de literatuur kon ik niets vinden.

Ik had vanaf dat moment een andere overtuiging.

Ik ben zoals in mijn beroep als elektrotechnicus te werk gegaan. Bij een storing zijn de samenhangen tot in de kleinste details controleerbaar.
Ik mag bij mijn werk nooit het hele systeem uit het oog verliezen. Zonder reden loopt de motor niet warm, en zonder sturing zal de lamp niet branden. Alleen maar de lamp uit de fitting draaien, als het ware te amputeren of met stralen te belichten, daarmee zou ik mijn baan allang hebben verloren. Er moet een oorzaak zijn.

Met ontzetting heb ik de gevolgen en resultaten van de gewoonlijke behandeling verzameld.
Ik heb geïnformeerd en geschreven en in boekwinkels gezocht.
Een lichtpuntje dook op. Het was een artikel over de directe samenhang tussen lichaam, hersenen en psyche van Dr. Hamer. Ik was nieuwsgierig geworden en kon de gedachtegang goed volgen.

Eindelijk heb ik het adres van de uitgever voor verdergaande literatuur gevonden.

Het habilitatieschrift heb ik verslonden. Veel werd mij duidelijk. Nu terugblikkend nog maar weinig, maar voldoende. Ik begreep de wereld niet meer. Hier ligt de oplossing en niemand wil het controleren of toepassen.
Intussen had ik met Gisela R. getelefoneerd.
Nadat ik de hulp van een natuurgenezer had ingeschakeld en een CT-scan van mijn schedel had laten maken, kon ik met eigen ogen een markering in de hersen-ct zien, precies zoals het in het boek staat beschreven. Deze markering wordt door radiologen niet beoordeeld.

Ik was onder de indruk dat de diagnose zo eenvoudig was, doch bevatten kon ik het nog niet.

In januari 1996 kon ik eindelijk een seminar van Dr. Hamer bezoeken.
Zo beleefde ik de werkwijze resp. de diagnoseleer van de GNM uit de eerste hand.
Als voorbeeld net als vele anderen werd ook mijn ziekte door Dr. Hamer met de deelnemers besproken. Direct van elkaar te leren is het meest voor zich sprekend.

In deze kring kon ik ook mijn kwetsing uitspreken, wat ik tot dan had vermeden.
Zoals in veel literatuur beschreven staat had ik een verbinding tussen psyche en lichaam vermoed, doch ik kon het niet concretiseren.

Het gebeurde 3 jaar geleden, een zin van mijn vrouw die ik niet had verwacht en die mij heeft getroffen, die mij in deze ronde direct voelbaar bewust was.
De plaats waar het gebeurde kon ik exact omschrijven.
Bij ruzies worden dingen gezegd die dienen te kwetsen; ik ben daar niet van gevrijwaard.
Het was een opluchting om dit te kunnen uitspreken en daarbij niet moreel te worden gewaardeerd. Het is mijn subjectieve beleving en dat is bepalend.
In een nieuwe kwaliteit met overeenkomstige inhoud begrijp ik nu stress en regeneratie.

Nu was het aan mij om de samenhangen te begrijpen en een nieuwe levensinstelling te leven. In vele gesprekken bij zoveel nieuws heb ik dat nodig en ben getuige van vele successen geworden. De samenhangen konden altijd worden bevestigd. Zo heb ik ook mensen meegemaakt, die hun conflicten niet konden verwerken. Voor mij temeer een reden om intensief verder te leren.

Bij controles werden digitaal, echografisch en radiologisch geen bijzonderheden meer vastgesteld.

Nu ook nog even een paar woorden tot de PSA-test.
De voor mij toegankelijke literatuur, urologische tijdschriften, medische tijdschriften, boeken en het internet spraken elkaar tegen. Een dilemma zoals een artikel (26/09/2003) in een medisch tijdschrift uitdrukt.
Verder: in een proefschrift van '98 dat door professoren ondertekend is, staat:
citaat - kan wijzen op pathologische processen -.
citaat - de PSA stelt echter geen werkelijke tumormerker voor, omdat het ook in het normale prostaatweefsel wordt geëxprimeerd. Verder bezit het niet de oorspronkelijk toegewezen orgaanspecificiteit, maar mRNA voor PSA en PSA-proteïnen kunnen bv. ook in de speekselklieren, nieren en in de longen worden aangetoond - Einde citaat.
Ik wil het daarbij laten. Wat een angst hebben de artsen bij mij veroorzaakt.
Mijn geloof is blijvend aangetast. Ik wil controleren! Het gaat om mij.

In de hersen-CT is de Hamerse Haard van destijds verdwenen. Op deze plaats bleef een kleine verdichting achter. Een litteken dat alleen met een vergrootglas is te zien.
Dat is voor mij een controleerbaar, objectief feit, onafhankelijk van interpreteerbare onduidelijke tests.
Buiten een paar maanden ontwenningsverschijnselen van de hormoonkuur, die ik beëindigde toen mijn weg duidelijk was, heb ik geen medicijnen genomen die door de arts waren voorgeschreven.

Sindsdien zijn er 9 jaar verstreken. Ik voel me goed en gezond.

Ik wil in het bijzonder Dr. Hamer bedanken voor zijn ontdekking en verspreiding van de GNM, zijn werk in de schepping zoals ik het elke keer weer heb beleefd.

Ik bedank me ook bij diegene die mij op mijn weg hebben begeleid. Van groot nut was en is de uitwisseling van ervaringen. De ervaringen, de weerstand en hun samenhangen in betrekking tot de GNM hebben mijn weten en de indruk van deze samenleving dramatisch veranderd. Tot mijn ontzetting heb ik een macht leren kennen die mijn, onze gezondheid tegengesteld is. Een macht die ik voorheen alleen uit vreemde landen of uit boeken heb gekend.
Bedankt dat www.pilhar.com bestaat voor informatie en uitwisseling.

Met vriendelijke groet,

Bernd Dräger


Vergrote Prostaat en ontsteking.

DATUM:
23 maart 2011
CLIËNT: 38-jarige, rechtshandige man.
Subjectieve klacht: cliënt kreeg in juni 2008 de diagnose van een vergrote prostaat en
prostaatontsteking
en gebruikt sinds die tijd medicijnen.
Een van zijn symptomen is dat hij vaak moet urineren en last heeft van nadruppelen.
De cliënt vertelde dat hij alle diagnostische tests heeft laten doen, inclusief bloedtests en een echo. Hij zei dat hij medicijnen inneemt, maar klaagde over het nadruppelen en de continue drang, naar de wc te gaan, die soms zo erg is, dat hij zijn woning niet uit kan.
Zijdelings vertelde de cliënt dat zijn voeten altijd koud zijn, vooral als hij in stress is.

Observatie: er zijn geen zichtbare ontstekingssymptomen.
Hij kan zijn lende- en cervicale wervels goed bewegen.
Bij het eerste consult meldde hij geen urgentie.
Aangedane organen: prostaat:
Embryonaal kiemblad: endoderm Hersencontrolecentrum: hersenstam.

GNM uitleg: vergrote prostaat: voortplantings-, parings-, rivaliteits- en geslachtsconflict, dat
vermeerdering van de prostaatkliercellen en vergroting van de prostaat veroorzaakt, die het afvloeien
van de urine kan hinderen als het op de urethra drukt.
De cliënt bevindt zich momenteel op sporen, die zijn symptomen opnieuw activeren, waardoor hij de afgelopen 2 ½ jaar in hangende genezing was.
Hij zal het oorspronkelijke conflict moeten identificeren, samen met de geassocieerde sporen,
om het Biologische Speciaal Programma (SBS) te beëindigen.

GNM begrip: de cliënt begreep de uitleg en zag dat zijn conflict te maken heeft met zijn cheffin op
het werk die een zeer dominante vrouw is (“geslachtsconflict”).
Hij vertelde dat hij 2 ½ jaar geleden bij de firma was gaan werken en dat zijn cheffin hem in zijn eerste week als opzichter terzijde nam om de redenen te bespreken waarom de vorige opzichter werd ontslagen.
Zij zei dat de vorige opzichter niet in staat bleek zichzelf van het personeel te ‘distantiëren’ en als opzichter niet assertief genoeg was.
De cliënt herinnerde zich door het gesprek gespannen te hebben gevoeld (zijn DHS) en gaf toe
dat haar woorden hem vaak in herinnering kwamen wanneer hij sommige werknemers toesprak.
Hij vond dat hij assertief en dominant moest zijn hoewel hij oorspronkelijk niet per se het gevoel had dat te hoeven doen omdat hij zeker was van zijn kwaliteiten met mensen om te gaan.
Hem werd aangeraden, het verband te leggen met zijn vergrote prostaat en zijn behoefte zich op het werk tegenover zijn personeel dominanter op te stellen.
Hem werd ook gevraagd zich er meer van bewust te zijn als zijn symptomen zich duidelijker voordeden en hen te associëren met het oorspronkelijke DHS.

Resultaat: bij een volgend bezoek 3 weken later vertelde de cliënt dat hij 8 dagen op vakantie was
gegaan, de eerste keer nadat hij voor de firma was gaan werken.
Hij gaf toe, dat hij zich op vakantie 90% beter voelde met heel weinig symptomen.
Hij vertelde dat zijn symptomen terugkeerden (zijn sporen), toen hij ’s maandags weer ging werken. Hij zei dat hij nu ervan overtuigd was dat de vergrote prostaat te maken heeft met het gesprek met zijn cheffin en het besproken conflict.
Hij was gemotiveerd om te gaan werken aan het loslaten van de behoefte op het werk assertief en dominant te zijn en zei dat hij een goede verhouding had opgebouwd met zijn personeel.
Na zijn vierde bezoek vertelde hij dat een echo onlangs liet zien dat zijn prostaat weer de normale omvang had.
Na zijn zesde bezoek vertelde hij dat de drang te urineren elke week wezenlijk beter is geworden en dat hij vindt dat het meer dan 70% verbeterd is en slechts nog een beetje last heeft van nadruppelen. Hem werd aanbevolen oefeningen te doen om de bekkenbodemspieren te trainen om zijn blaasspieren te versterken en daardoor het urineren beter onder controle te krijgen.
Tijdens zijn achtste bezoek vertelde hij 90% verbetering te ervaren en nog maar heel weinig symptomen te hebben.
Hem werd aanbevolen zich bewust te zijn van zijn oorspronkelijke conflict en dat hij het kan loslaten en verdergaan totdat zijn symptomen volledig zijn opgelost en het SBS is beëindigd.