Germaanse geneeskunde
<<<   Index ervaringsverhalen   >>>

Baarmoeder, opgelet, in ervaringsverhalen kan over meer dan een conflict gesproken worden.
Baarmoederhalskanker

Reguliere zlenswijze

Op de site over gynaecologie (14) wordt er het volgende over gezegd:
Baarmoederhalskanker, ook wel cervixcarcinoom genoemd, is een kwaadaardige ziekte die ontstaat in het slijmvlies van de baarmoedermond/-hals (de cervix). De baarmoederhals is het onderste deel van de baarmoeder dat uitsteekt in de schede (vagina) en ongeveer 2 cm lang is. Het ontstaan van baarmoederhalskanker gaat heel langzaam. Vanaf de allereerste verandering in het slijmvlies van de baarmoederhals tot aan de diagnose kanker kan wel 10 tot 15 jaar duren. Gelukkig komt het door de actieve screening maar weinig voor in Nederland; ongeveer 650 keer per jaar wordt deze diagnose gesteld.

Deze kanker wordt veroorzaakt door een infectie met een algemeen en veel voorkomend virus: het Humaan Papilloma Virus (HPV). Deze virussen worden overgedragen door ‘huid op huid’ contact en op de baarmoedennond dus vooral door geslachtsverkeer.
Er zijn heel veel soorten HPV’s en om ze van elkaar te kunnen onderscheiden hebben ze een nummer gekregen. De meeste zijn volstrekt ongevaarlijk, maar sommige kunnen baarmoederhalskanker veroorzaken (nr. 16~ 18. 30 en 31). Deze worden oncogene (kankerverwekkende) virussen genoemd, maar een infectie ermee wil nog niet zeggen dat er baarmoederhalskanker ontstaat. Ongeveer 800/0 van alle vrouwen die seksueel actief zijn, krijgen een HPV infectie en ongeveer 70% van deze groep raken besmet met een oncogeen type. Bij de meest infecties (oncogene en niet-oncogene) verdwijnt het virus weer, maar bij een klein aantal vrouwen blijft de oncogene infectie bestaan en kan dan veranderingen aan het baarmoederhals slijmvlies veroorzaken die kunnen leiden tot baarmoederhalskanker. Omdat het een huid op huid infectie is, kunnen ook vrouwen die geen seksueel contact hebben, soms besmet rakelt Vanzelfsprekend komt een HPV infectie meer voor bij vrouwen met wisselende seksuele contacten. Condoom gebruik verkleint dat risico wel, maar geeft geen volledige bescherming. Verder blijkt uit onderzoek, dat vrouwen die veel roken een verhoogd risico hebben, waarschijnlijk omdat het oncogene virus ben hen minder vanzelf weer verdwijnt.

Symptomen en klachten
Pas als er sprake is van baarmoederhalskanker treden er klachten op. Eén van de eerste symptomen is abnormaal vaginaal bloedverlies en een onfrisse wat waterige afscheiding. Het abnormale bloedverlies treedt op buiten de menstruatieperiode bij jonge vrouwen en na de overgang zonder enige aanleiding. Ook kan er sprake zijn van contactbloedingen, bloedingen veroorzaakt door seksueel contact of soms alleen na een ontlasting. Alhoewel abnormaal bloedverlies meestal niets te maken heeft met kanker, is het voor iedere vrouw toch verstandig om hierover contact op te nemen met haar huisarts.

Het ziekteverloop
Is er éénmaal sprake van baarmoederhalskanker, dan gaat dat proces zich steeds verder uitbreiden. Deze groei gaat zowel verder in het gebied waar de baarmoederhals zich bevindt, dus naar de vagina en het steunweefsel om de baarmoederhals heen, als wel door middel van uitzaaiingen via de lymfeklieren in de buik. De mate van uitgebreidheid van het kankerproces wordt aangegeven met een classificatie in vier stadia.
- In het le stadium bevindt het kanker weefsel zich alleen nog maar in de baarmoederhalss
- In het 2e stadium is het kankerweefsel al wat doorgegroeid in de vagina en/of in het steunweefsel
- In het 3e stadium is de doorgroei verder naar beneden in de vagina en/of verder in het  steunweefsel
- In het 4e stadium is de doorgroei al in de blaas of endeldarm. Of worden reeds uitzaaiingen vastgesteld

In het begin veroorzaakt baarmoederhalskanker geen pijn, maar als het steeds verder doorgroeit, dan drukt het op zenuwen wat wel pijn geeft. Ook uitzaaiingen kunnen pijn en klachten geven op de plek waar de uitzaaiing zit, bijvoorbeeld in de rugwervels.

Als het kanker proces niet wordt behandeld, dan zal de patiënt er aan overlijden. Als een patiënt wordt behandeld in het Ie stadium, dan is er een hoge kans om de ziekte definitief te overleven.
- Voor stadium 1 geldt een overlevingskans na 5 jaar van 80%.
- Voor stadium 2 geldt een overlevingskans van 70%
- Voor  stadium 3 is deze kans ongeveer 35%, en
- Voor stadium 4 van slechts 10%.

Het RNM zegt over de ernst van baarmoederhalskanker:  Meestal is een HPV-infectie niet gevaarlijk. Je voelt je er niet ziek van. Bijna altijd verdwijnt het virus binnen anderhalf jaar vanzelf weer uit het lichaam. Soms blijft het virus langer in de cellen van de baarmoederhals zitten en zorgt dan voor veranderingen in die cellen. Ook die afwijkende cellen verdwijnen vaak weer vanzelf, maar ze kunnen zich soms ook ontwikkelen tot kankercellen. Het opmerkelijke van het HPV -virus is dat je bijna nooit merkt dat ie besmet bent. Bovendien zit er erg veel tijd tussen de besmetting en het ontstaan van baarmoederhalskanker. Meestal 15 jaar of meer. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 600 vrouwen de ziekte. Ruim 200 vrouwen overlijden eraan.
 

Tegenstrijdigheden

In het eerste gedeelte stelt men, dat “ bij de meeste infecties het virus vanzelf weer verdwijnt, dit geldt zowel voor de oncogene- als de niet-oncogene variant. Slechts bij een klein aantal vrouwen leidt het tot baarmoederhalskanker” . Uit wordt bevestigd door het RIVM, zij gaan zelfs nog verder: “ook afwijkende cellen verdwijnen vaak weer van zelf” . Het virus kan dus blijkbaar vanzelf weer verdwijnen en dit gebeurt ook met afwijkende cellen. Wanneer gebeurt dit dan en wanneer niet? Is hier onderzoek naar gedaan? Gebeurt het misschien altijd, maar geeft men het niet de kans, omdat men te vroeg tot behandeling over gaat?

Aan het einde van het stuk over het ziekteverloop wordt echter beweerd dat “de patiënt zal overlijden als zij niet wordt behandeld”.  Ook het RIVM. stelt dat de ziekte dodelijk is als er niet wordt behandeld.
Hoe valt dit te rijmen met het vanzelf verdwijnen van bet virus en de afwijkende cellen? Hoe kan men deze uitspraak rechtvaardigen, als men ziet dat het grootste deel van de geïnfecteerde vrouwen geen gevolgen hebben? Hoe komt het dat het virus soms wel en soms niet vanzelf verdwijnt? Hoe komt het dat hetzelfde gebeurt met de afwijkende cellen?

Wat betreft de infectie met het HPV-virus wordt gezegd dat 80% van de vrouwen het bij zich draagt. Maar ook vrouwen die seksueel niet actief zijn, kunnen het hebben, omdat de infectie ook via de huid overgedragen kan worden.
Baby’s groeien in de baarmoeder en worden via de baarmoedermond en vagina geboren. Hun moeder is overduidelijk seksueel actief en zal het virus dus zeer waarschijnlijk bij zich hebben. Is het niet aannemelijk dat men al tijdens de geboorte “geïnfecteerd” raakt? Is het niet aannemelijk dat iedereen dit virus bij zich draagt? Dan is het dus ook logisch dat de infectie jarenlang kan bestaan, “15 jaar of meer” ot alvorens het tot een ziekte komt.
Hoe komt het, dat het bij sommige vrouwen een kanker veroorzaakt en bij de meeste niet? Is het virus wel de oorzaak van kanker of is men hier bezig met “het doden van de brandweermannen, die de brand aan het blussen zijn”?


Germaanse zienswijze

Baarmoederhalskanker is de genezingsfase van een seksueel conflict bijvoorbeeld de partner loopt weg of gaat vreemd, een scheiding, etc. In de conflict-actieve fase vindt er een ulceratie van het baarmoederhalsslijmvlies en de baarmoedermond plaats, m.a.w. er treedt een celvermindering op. Biologische zin: verwijding van de baarmoedermond ter verbetering van de bevruchting.
Komt de partner terug of vindt de vrouw een nieuwe partner, dan lost het conflict zich op en worden de cellen teruggezet. Bij een heftig en/of langdurig conflict, kunnen er vele cellen zijn afgebouwd. De genezing zal dan ook heftig verlopen en/of kan langdurig zijn, met een snelle, heftige en/of langdurige cel-toename. In tegenstelling tot de gangbare denkwijze worden echter alléén de  afgestorven cellen opnieuw opgebouwd. Er zal geen woekering ontstaan, ook  al lijkt het een rommelig en ongecontroleerd geheel, dat gepaard  met de bekende symptomen: de onfrisse, waterige afscheiding en bet bloedverlies.

Vervolgconflicten

Een normaal verlopende baarmoederhalskanker zal geen pijn veroorzaken. Als men weet wat er gaande is en dit genezingsproces rustig doorloopt, zullen de klachten vanzelf afnemen. Echter wordt men ongerust en gaat men zich laten controleren, dan zal de angst opnieuw toeslaan, immers: kanker is een doodsvonnis en dat geldt ook voor baarmoederhalskanker. Hierdoor kunnen nieuwe inslagen optreden en dus nieuwe processen ontstaan, waaronder het onder hepatitis beschreven bestaansconfict.  Door het sluiten van de nierverzamelbuisjes wordt het vocht, dat in elke genezingsfase wordt geproduceerd, niet afgevoerd, waardoor de zwellingen in de baarmoederhals zullen toenemen. Dit verklaart de pijn door de druk op de zenuwen in dat gebied.

Volgens de Germaanse Geneeskunde bestaan uitzaaiingen niet. De meeste kankers, die na een diagnose worden gevonden, zijn het gevolg van de diagnoseschok of waren al aanwezig door andere gebeurtenissen Door het nemen van hersenscans kan dit proces zeer goed gevolgd en geverifieerd worden. Onderzoek beeft uitgewezen dat slechts bij ‘2 % van de mensen met de “uitzaaiingen” in de  longen, deze al vóór de diagnose aanwezig waren. Longkanker is bet meest voorkomende type “uitzaaiing” en wordt gerelateerd aan een doodsangstconflict “hieraan kan ik sterven” . Daar de diagnose “u heeft kanker” voor vele mensen een regelrecht doodsvonnis is, is het niet verwonderlijk dat juist deze “uitzaaiingen” zoveel voorkomen. Het zijn dus ook geen uitzaaiingen, het zijn vervolgconflicten .



Binnenbaarmoederlijk vloeistofconflict

Een in de vijfde maand zwangere jonge vroedvrouw spoelde in de kraamkamer instrumenten aan een wasbak af. Naast haar stond het bed van een buitenlandse kraamvrouw. Omdat deze vrouw slecht Duits verstond, raakte ze door de weeën in paniek.
Plotseling schreeuwde ze "hysterisch", als een speenvarken, dat de hele kraamkamer deed beven, zoals de jonge vroedvrouw berichtte.

In deze seconde moet het embryo in het lichaam van de jonge vrouw een waterconflict en gelijktijdig een territorium-angst-conflict met
DHS hebben geleden. Hij associeerde daarbij water met een zeer groot gevaar vanwege het door merg en been gaande geschreeuw van de kraamvrouw en omdat de vroedvrouw juist onder het stromende water de instrumenten spoelde en het water daarbij luid en duidelijk spetterde.
's Avonds traden bij de vroedvrouw weeën en lichte bloedingen op: dreigende abortus! Ze bleef een paar dagen thuis. Dan was de situatie weer een beetje tot rust gekomen, zo geloofde ze.
Ze ging weer in de kraamkamer, spoelde weer instrumenten en hoort, net als haar kind, weer schreeuwende kraamvrouwen, weliswaar niet meer zo verschrikkelijk, maar voldoende. Ze kreeg meerdere malen weeën en bloedingen en weer dreigde een abortus.
Uiteindelijk, halverwege de zesde maand, ging ze voortijdig met zwangerschapsverlof. Vanaf dat moment leed het embryo geen recidieven meer, realiseerde zich dat ook en het biologische conflict loste zich op. Toen het kind werd geboren, vond men een cyste van de linker nier.
De moeder bemerkte bovendien, dat het kind langere tijd sterk hoestte (pcl-fase na territorium-angst-conflict) en slecht zag.
Helaas liet de vroedvrouw zich overhalen, om de nier te laten verwijderen en de zuigeling zelfs nog, ondanks een goede gezondheid, chemo te laten geven.

Opmerking:
Embryo's kunnen absoluut al in de baarmoeder biologische conflicten lijden en wel als zelfstandig wezen, dus volledig los van de moeder. Een andere mogelijkheid is, dat de moeder een paniek lijdt en de verzorgings-vaten naar de placenta sluit. Dan verhongert het kind. De moeder kan echter om biologische redenen alleen in de eerste drie maanden van de zwangerschap een conflict lijden. Want vanaf de vierde maand kan er geen kanker meer groeien, omdat bij groei sympathicotonie behoort en het lichaam van de zwangere op zijn laatst in de vierde maand op vagotonie is overgeschakeld, omdat het uitdragen van de vrucht biologisch absolute voorrang geniet.
Was een conflict echter niet opgelost, maar door de zwangerschap enkel "op non-actief" gezet, dan wordt op zijn laatst door de persweeën, als de vrouw dan in volle sympathicotonie is, het conflict weer geactiveerd, ofwel als juist actief conflict met verder groeien van de kanker of als actief "hangend conflict".
Anders is het, als het kind in de baarmoeder zelf in de
ca-fase is en daarmee een abortus veroorzaakt, zichzelf als het ware ombrengt. Dan zetten meestal bloedingen en weeën in en vanaf het begin van de weeën is dan de zwangerschap biologische ten einde. Dan kan de moeder als tegenzet de (niet meer) zwangerschap beëindigen.

Dit verhaal is uit het boek "Kurze Einführung in die Germanische Neue Medizin" van Dr. Geerd
Ryke Hamer


Slaapt hij nog met Ursel?

Een 33-jarige jonge vrouw betrapt haar 20 jaar oudere vriend, met wie zij een 14 jarig kind had en waarmee zij sinds 15 jaar haar hele leven deelde, flagrant met haar beste vriendin. Haar stereotype vraag klonk sindsdien steeds:
'Slaapt hij nog met Ursel?', die intussen van de echtgenoot van de patiënte zwanger was.
De patiënte leed dientengevolge aan een baarmoederhalskanker. Toen de arts haar de diagnose mededeelde, raakte ze in panische angst en enkele weken later stelde men longkanker vast.

Ik regel een gesprek tussen de patiënte en haar vriend, die haar daarbij stellig belooft, nooit meer met Ursel te zullen slapen en bovendien belooft hij hun 14-jarige zoon wettig aan te nemen, wat hij tot dusverre niet had gedaan. Vervolgens kwam het tot een oplossing van het seksuele conflict en tot een rechter hartfalen, met een acute longenembolie.
Deze toestand konden we met hoge doses van cortison onder controle krijgen. De patiënte, die enkel nog vel over been was, nam weer aan gewicht toe, ging naar huis naar haar moeder en kon weldra weer wandelingen maken.
Op een dag ervoer ze, dat haar vriend weer met Ursel had geslapen en bovendien haar gehele bankrekening had geplunderd.
Het kwam tot een vreselijke conflict-recidief-
DHS
Weer nam ze aan gewicht af en ze belandde in de postmortale schizofrene constellatie
(rechter en linker territorium-relais) resp.
door benadrukking van de linker zijde in de suïcidale constellatie manisch-autistische constellatie (strottenhoofd-relais en maag- en galgang-relais)
zweefconstellatie (bronchiaal-relais en strottenhoofd-relais)
Ze sprak als in een waan enkel van de dood en dat haar vriend met Ursel zou slapen. In deze waan maakte ze op een dag zelf een einde aan haar leven en sprong ze in suïcidale constellatie van het balkon.

Dit verhaal is uit het boek "Kurze Einführung in die Germanische Neue Medizin" van Dr. Geerd Ryke Hamer