Germaanse geneeskunde
<<<   Index ervaringsverhalen   >>>

AIDS, opgelet, in ervaringsverhalen kan over meer dan een conflict gesproken worden.
AIDS volgens de Germaanse geneeskunde.

Dr, Hamer: “aids is een combinatie van symptomen die al bestonden lang voordat aids werd uitgevonden.” Ofwel: aids is een resultaat van de uitvinding van aids, omdat de meeste symptomen worden veroorzaakt door de diagnoseshock en de angst voor de ziekte:
- Doodsangst conflict > longkanker, long TBC
- Schrikangst conflict > bronchitis, pneumonie
- Isolatieconflict > nierinsufficiëntie,  nierfalen
- Scheidingsconflicten > huiduitslagen,  eczeem
- Eigenwaarde conflicten > botkanker, Lymfoma,  leukemie
- Aanvalsconflicten >  huidaandoeningen, kaposisarcoom
Dat kaposisarcoom inderdaad vaak voorkomt bij mensen met aids~ blijkt uit het artikel  “Cancer associated with aids”, gepubliceerd op 5 augustus 2006 in Men’s Health
AIDS is een verzameling van verschillende conflictinslagen, net zoals polio en andere infectieziekten , waardoor de vele verschillende symptomen ontstaan.
In zijn Duitstalige boek “AIDS. Die Krankheit die es gar nicht gibt”  levert Dr. Hamer het  bewijs, dat aids een allergie is: een allergie voor smegma.
Dat er zoveel mensen sterven aan aids heeft dezelfde oorzaak als de grote sterfte aan kanker: het wordt gezien als dodelijk en de angst maakt dit werkelijkheid. Een kleine gebeurtenis kan dan grote gevolgen hebben: wanneer iemand geen uitweg meer ziet, dan is de dood zeer nabij.

AIDS-diagnose (1)


Een 72-jarige boswachter, die privé nog een jachtgebied van een fabrikant beheerde, leed een typische territorium-erger-conflict. Dat gebeurde toen het tot een ruzie kwam met de architect om het jachthuis van de fabrikant, dat de boswachter beheerde.
Toen het conflict was opgelost, maakte de boswachter in de genezingsfase de
obligate hepatitis door.

Hij had wat koorts, om de 38,5 en de leverwaarden waren verhoogd. Hij kwam in het ziekenhuis.
Daar behandelde men hem op
"hepatitis", de koorts zakte spoedig en ook de leverwaarden normaliseerden zich weer na enige weken.
In zoverre zou het een heel normaal geval zijn geweest.
Helaas hadden de "nauwgezette artsen" ook een
HIV-test gemaakt. En die was positief!
De professor kwam direct heel opgewonden tot hem, stelde zich voor zijn bed en verkondigde hem ernstig het vermeende doodvonnis: "Meneer de houtvester, U heeft
AIDS."
De oude man trof het, zoals hij het berichtte, als een donderslag. Uitgerekend hij, de braafste en met het meeste aanzien van het dorp, mocht binnenkort bespot worden en gerekend worden tot de groep van homoseksuelen en zedendeliquenten. Niemand zou hem nog een hand geven, in geen café kon hij zich nog laten zien. Overal zouden dezelfde dorpsbewoners, die hem nog voor kort met een warme handdruk hadden begroet, zich van hem distantiëren. Elke wandeling zou voor hem een lopen door spitsroeden betekenen. De oude boswachter weende.
De professor nam afscheid, zonder handdruk wel te verstaan, vanwege het besmettingsgevaar!
Hij werd meteen de volgende dag ontslagen, ook vanwege het besmettingsgevaar natuurlijk.
Men keek hem zo vreemd aan, alsof een ieder het nog eens zeker wilde weten:
"Nou, van hem zou men zoiets niet hebben gedacht. Menen ze het werkelijk, dat hij homo is?"
Niemand nam nog afscheid van hem, de professor was zelfs helemaal niet meer te spreken en liet zich verontschuldigen.
Thuis was zijn vrouw nog het meest begripvol voor hem, echter raadde ze hem aan, om zijn kinderen en kleinkinderen niet meer aan te raken. Men kon toch niet weten, hoe besmettelijk het was.
Twee dagen later maakte zijn huisarts een afspraak met hem.
Ze kwam direct en onverwachts om zijn "dodelijke ziekte" te spreken (ze was reeds door de kliniek gealarmeerd): "Meneer de boswachter", begon ze, "We moeten nu maar eens over het sterven spreken.
Ik zal U niet in de steek laten en u zult alle medicijnen van mij krijgen, die U het sterven kunnen verlichten."
De arme oude boswachter, die al enkele dagen voorheen bij de diagnoseverkondiging door de professor chefarts was ingestort, viel nu in een bodemloze put. Bijna twee weken was de boswachter in totale paniek, nam aan gewicht af, wat direct als typisch "Aids-symptoom" werd geduid.
Dan kreeg hij van zijn zus Hamers boek toegestoken: "Vermächtnis einer Neuen Medizin".
Daarin staat, dat de hele AIDS-paniekdoenerij louter schandelijke leugens, sprookjes zijn. Dat kalmeerde hem zeer!
Vanaf dat moment kreeg hij weer een goede eetlust, sliep weer goed en had weer warme handen. Hij belde mij op en overtuigde zich ervan, dat het werkelijk de reinste oplichterij was, die men hem had wijsgemaakt. Hij liet een hersen-CT maken en toen ik 14 dagen later in Graz was, zocht hij mij op en ik kon hem van de laatste resten van zijn paniek bevrijden.
Ik raadde hem aan, de controles niet over te slaan, omdat men dan zou kunnen denken, dat hij aan de heilige dogma's van de medicynici zou twijfelen. In plaats daarvan zou hij zijn gesprekspartner toelachen en heimelijk uitlachen om zijn onwetendheid.
Ik weet, dat hij verstandig genoeg is, om het ook zo te doen. Er is nog te vermelden, dat hij bij de diagnosestelling ook een eigenwaarde-inbreuk-conflict heeft geleden, dat door het begrip van de samenhangen direct in oplossing is gegaan.

Opmerking:
Het komt zeer nauwkeurig overeen met mijn observaties en ook van observaties van andere "Aids-onderzoekers", dat enkel de mens onmiskenbaar ziek kan worden met concrete (vermeende) "Aids-symptomen", eenmaal dat die weet dat hij HIV-positief is, of tenminste de nadrukkelijke vrees heeft, het te zijn!
Men stelt ook vast, dat door de Aids-diagnose, de associatie van zijn omgeving ("Aha, die is homo of een zedendeliquent") in beide gevallen een eigenwaarde-inbreuk met bot-osteolyse is opgetreden.
Dit biedt dan weer de Aids-speculanten de mogelijkheid om te zeggen: de hematopoese is betroffen (bloedvorming), dus "immuunzwakte-ziekte Aids"!
In werkelijkheid is de inbreuk van de eigenwaarde de meest normale reactie voor iemand, die van het ene op het andere moment als een melaatse zedendeliquent of homo wordt aangezien, temeer als een, die (terecht) spoedig moet sterven!
In 1995/96 heeft de politie van Rösrath mij 15 maal 's nachts om 2 voor mijn huisdeur ver op het platteland opgewacht, toen ik van een etentje met vrienden uit Keulen naar huis kwam: Alcoholcontrole. Men hoopte, dat ik slechts een slok alcohol zou hebben gedronken. Dan had men een bloedtest kunnen maken en daarbij direct een HIV-test. Zeer zeker zou men mij dan voor HIV-positief verklaren. Want er zijn geen Aids-laboratoria onder controle van de overheid, alle behoren de "geloofsbroeders" toe.


AIDS-diagnose (2)

Bij een brave, homoseksuele gelukkig getrouwde verzekeringsagent werd bij een vrijwillig onderzoek een positieve HIV-test gevonden. Zijn vriend was negatief!
Tot dan was de wereld in orde geweest.
Maar op deze dag sloegen de conflicten eenvoudig op hem neer.

Men bracht hem direct in een isoleercel van een groot ziekenhuis. Niemand raakte hem nog aan.
Zijn vriend verliet hem aanvankelijk nog niet, later echter wel.
Hij weet nog precies, wanneer het
DHS insloeg:
Men had hem van top tot teen (met latex handschoenen) onderzocht, niets gevonden. Hij was kerngezond.
Maar de HIV-test was toch positief!
De beide doktoren zochten verder en verder.
Uiteindelijk ontdekte de ene aan de binnenkant van de rechter voetzool een plekje met voetschimmel, duidde er betekenisvol op en zei:
Aha, dus toch: "Caposi-sarcoom!"
Dan onderzochten beide nogmaals grondig zijn penis.
Bij de derde keer vond men uiteindelijk een minuscule rhagade van net 2 millimeter.
"Aha", riep de andere dokter, "dus ook al aan de penis!"
De pati?nt zei, dat hij instortte als in een bodemloze put.
Hij heeft zich bezoedeld gevoeld, heeft het gevoel gehad, alles te hebben verloren, zijn beroep, zijn vrienden.
Zijn eigenwaarde stortte in, in het bijzonder op seksueel gebied.
Vanaf dat moment verspreidde zich vanaf de rechter voet (ondanks bestraling met kobalt tegen de boze HIV-virussen, die niemand ooit heeft gezien en dus helemaal niet bestaan) een melanoom, als teken voor een geleden bezoedelingsconflict. De donkerblauwe melanoomplekken traden eveneens bij de penis op, aan de hals en later ook op de andere voet.
Hadden de doktoren dan toch gelijk gehad?
In tegendeel, ze hadden een volledig gezonde pati?nt in een bezoedelingsconflict geworpen, zoals men het op de hersen-CT-scan van de kleine hersenen goed herkennen kan (nog actief).
Gelijktijdig was de pati?nt vanaf het
DHS toenemend impotent.
Alle snel na elkaar optredende carcinomen
gegeneraliseerd melanoom = bezoedelings-, misvormingsconflict
bot-osteolyse = eigenwaarde-inbreuk
bronchiaal-carcinoom = territorium-angst (rechtshandige)
die bij al deze conflicten horen, werden thans als "Aids-kanker-metastasen" vastgesteld.
Uiteindelijk zei men hem, dat er voor hem geen therapie meer was en stuurde hem naar huis om te sterven.
Hij nam snel af aan gewicht en was in totale paniek.
Het scheen, dat het slechts om enkele weken zou gaan.
Daar kreeg hij mijn boek in handen "Verm?chtnis einer Neuen Medizin", juist nog op tijd, zoals het schijnt. Daar las hij, dat Aids het grootste bedrog van onze eeuw zou zijn, wat hem volkomen overtuigde.
Sindsdien kan hij weer eten, slapen, neemt weer aan gewicht toe en het melanoom verspreidt zich niet meer verder.
Ik ben zeker, dat hij het redt. En als hij het redt, dan mogen alle anderen zeker zijn, dat het werkelijk het grootste bedrog van onze eeuw is.
Deze pati?nt zou op precies dezelfde manier, exact volgens de IJzeren Regels van Kanker, ziek geworden zijn, als de HIV-test abusievelijk "foutief positief" zou zijn geweest of zelfs was.
Beslissend was enkel, dat hij het geloofde, dat het zo erg en dodelijk zou zijn. Enkel dat was doorslaggevend.
Zou de pati?nt niet vrijwillig naar de HIV-test zijn gegaan, dan zou hem in 20 jaar nog niets gebeuren, want hij was destijds kerngezond!

Opmerking:
Het komt zeer nauwkeurig overeen met mijn observaties en ook van observaties van andere "Aids-onderzoekers", dat enkel de mens onmiskenbaar ziek kan worden met concrete (vermeende) "Aids-symptomen", eenmaal dat die weet dat hij HIV-positief is, of tenminste de nadrukkelijke vrees heeft, het te zijn!
Men stelt ook vast, dat door de Aids-diagnose, de associatie van zijn omgeving ("Aha, die is homo of een zedendeliquent") in beide gevallen een eigenwaarde-inbreuk met bot-osteolyse is opgetreden.
Dit biedt dan weer de Aids-speculanten de mogelijkheid om te zeggen: de hematopoese is betroffen (bloedvorming), dus "immuunzwakte-ziekte Aids"!
In werkelijkheid is de inbreuk van de eigenwaarde de meest normale reactie voor iemand, die van het ene op het andere moment als een melaatse zedendeliquent of homo wordt aangezien, temeer als een, die (terecht) spoedig moet sterven!
In 1995/96 heeft de politie van R?srath mij 15 maal 's nachts om 2 voor mijn huisdeur ver op het platteland opgewacht, toen ik van een etentje met vrienden uit Keulen naar huis kwam: Alcoholcontrole. Men hoopte, dat ik slechts een slok alcohol zou hebben gedronken. Dan had men een bloedtest kunnen maken en daarbij direct een HIV-test. Zeer zeker zou men mij dan voor HIV-positief verklaren. Want er zijn geen Aids-laboratoria onder controle van de overheid, alle behoren de "geloofsbroeders" toe.